Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tieke, maar verouderde, vrijdenkers, aanhangers van een nuttigheids-egoïsme onder bezitters en bezitlozen, socialisten en anarchisten — zich ronduit „materialist” verklaart, het materialistisch gevaar, dat alles en allen zou bedreigen? Is de strijd ertegen niet een gevecht tegen inbeeldingen?

In werkelijkheid is dit allerminst het geval. Het filosofisch materialisme moge in de driekwart-eeuw, die achter ons ligt, weinig aanhangers gehad hebben, dat is voornamelijk juist dkèrom het geval, omdat er een grote geestelijke moed voor nodig was, zich aanhanger van een leer te noemen, die door al de gestelde machten gehaat, verafschuwd en vervolgd werd, en die de ernstige wil had, alleen te aanvaarden, wat wetenschappelijk houdbaar was. Maar het andere materialisme, dat van het graaien naar bezit en winst, dat van het tot iedere prijs carrière maken, van het kleine egoïsme, waarvoor geen juistere formulering te vinden is, dan het „liknaar-boven — trap-naar-onder”, dat gore morele materialisme beheerste het tijdperk. En zij, die hun mond vol hadden van het streven naar hogere waarden, waren in 99 van de 100 gevallen ellendige huichelaars, méér niet.

De kerken, die een liefdeleer verkondigden en zich in dienst stelden van de gepantserde vuist of van de winst-uitpersende geldpatsers; die patsers zelf, die, als ze voldoende verzadigd waren, zich lieten strelen en prikkelen door „kunst” en „wetenschap’ , „wijsbegeerte” en moraal”; de ridderlijke krijgslieden, die zich in dienst stelden van winstzucht en tyranme; de kwezelende ethici en religieusen, die alleen in hun vrije tijd de bonbons van het „hogere” snoepten en in het dagelijkse leven precies even miserabel knoeiden en wroetten als de anderen; de socialisten, die door middel van „de beweging” wilden bereiken, wat anderen door hun eigen ellebogen verkregen hadden: baantjes, eerbewijzen een behaaglijk bestaan met zo weinig mogelijk inspanning zij allen huichelden idealen en cultuur en zij waren in werkelijkheid alleen maar na-jagers van alles wat klein en laag was en zonder enige zin voor wat groots en verheven is.

Maar men kan onmogelijk volhouden, dat dit „materialisme , d.w.z. deze wereldbeschouwing van het laag-bij-de-grondse, dit leven zonder sterke spanningen, zonder grote gevaren, zonder geweldige doelen, zonder offers, diepe liefde en felle haat, nu juist kenmerkend zou zijn geweest voor de socialistische arbeiders-

Sluiten