Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE FINANCIEELE STRUCTUUR

vermeerdering van den onderhoudslast en vermindering van het prestatievermogen. Dat zij bij de meeste gemeentebedrijven wordt gevolgd, is daarom toe te juichen.

Voor een niet gering deel is dit naar mijn meening te danken aan Invloed van het bepaalde in artikel 41, lid 3 der Rekeningsvoorschriften, n. 1. jy 3 jer dat, indien een bedrijf in de aanvangsjaren der exploitatie zijn volle Rekeningsdraagkracht nog niet heeft bereikt, een eventueel nadeelig saldo van de rekening van baten en lasten niet in de gemeenterekening behoeft te worden opgenomen, doch als activum in de boeken van het bedrijf kan vermeld blijven.

Dit heeft immers tot gevolg, dat de in de aanvangsjaren wat zwaar drukkende kapitaalslasten (afschrijving en rente) niet terstond tot een verliesdekking door de Gemeente behoeven te voeren. De verleiding is daardoor minder groot om door verlaging van de afschrijving een verlies in de beginjaren te voorkomen.

Het jaarlijksch afschrijvingsbedrag blijft niet gelijk, maar daalt Vast peransterk bij het stelsel van afschrijving naar een vast percentage van bewaarde, de boekwaarde (d. i. de aanschaffingswaarde, verminderd met de reeds toegepaste afschrijvingen). Dit, gevoegd bij de daling van den rentelast, doet de kapitaalslasten voornamelijk op de eerste jaren drukken. Het systeem, dat bovendien een vrij ingewikkelde berekening vereischt, is bij de gemeentebedrijven niet in gebruik.

De jaarlijksche kapitaalslasten blijven gelijk bij afschrijving naar Annuïteitsannuïteitsmethode. De afschrijving komt hierbij overeen met het aflossingsbestanddeel van een annuïteit, berekend over het in het activum belegde kapitaal. In de beginjaren is dit bestanddeel gering om geleidelijk met het bedrag der telkens vrijkomende rente te stijgen.

Op zichzelf bezien is de afschrijving in de aanvangsjaren niet voldoende om de waardevermindering tot uiting te brengen. Het stelsel beoogt dit dan ook niet, maar wordt juist gekozen om zijn gelijkmatige verdeeling der kapitaalslasten (afschrijving + rente)

over den geheelen gebruiksduur, waarbij de aanvangsjaren minder zwaar worden belast dan bij het stelsel der lineaire afschrijving.

Het systeem komt in aanmerking voor ondernemingen, die met moeite een bepaald peil van rentabiliteit bereiken, welk peil echter

Sluiten