Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTELIJK GRONDBEDRIJF

contractueel gebonden. Doch hoe is de rechtstoestand, indien hij den grond, bebouwd of onbebouwd, verkoopt? De rechtspraak is sinds 1905, op grond van haar uitlegging van artikel 1354 Burgerlijk Wetboek, van oordeel, dat dergelijke contractueele bepalingen niet bindend zijn voor latere eigenaren 1).

Soms worden daarom deze verplichtingen als erfdienstbaarheid gevestigd, waardoor zij zakelijke werking verkrijgen. Juridisch volkomen veilig is de gemeente hiermede nog niet. Het is niet zeker of deze verplichtingen, welke vaak op gewrongen wijze in den vorm van servituten worden gebracht, bij toetsing door den rechter zouden blijken aan de wettelijke vereischten van erfdienstbaarheden te voldoen 2).

Meer toepassing vinden zgn. ketting-boete-bedingen. Op de over- Kettingtreding van de contractueele verplichtingen wordt daarbij een hooge boete of schadevergoeding gesteld. De kooper moet zich bovendien op straffe van een nog aanzienlijker boete verbinden om in een akte van overdracht van het onroerend goed zijn rechtsopvolger dezelfde verplichtingen met dezelfde boeten, ten behoeve van de gemeente verschuldigd, op te leggen. Bij een juiste naleving van dit kettingboete-beding zullen de opeenvolgende koopers tot in lengte van dagen jegens de gemeente dezelfde verplichtingen nopens het gebruik van het onroerend goed hebben als de eerste kooper.

Ook dit stelsel heeft zijn gebreken. Het vereischt een nauwlettend toezicht van de gemeente op de verdere overdrachten van de door haar verkochte gronden. Wordt eenmaal verzuimd de bepalingen in een overdrachtsakte op te nemen, dan kunnen zij niet meer tegen den dan aanwezigen eigenaar en zijn rechtsopvolgers worden ingeroepen. Ook bij executonalen verkoop vervallen deze verplichtingen 3).

Bij uitgifte in erfpacht door de gemeente maken de bebouwings-

*) H.R. 3 Maart 1905, W.v.h.R. no. 1891.

2) Wel besliste de Hooge Raad bij arrest van 5 Januari 1912 W. v. h. R. no. 9308, dat een servituut gevestigd kon worden ten behoeve van een erf. aan de gemeente behoorend en tot openbaren weg bestemd. Zie ook Asser-Scholten deel II, 6e druk, blz. 234.

3) Zie voor den verkoop ex artikel 1223 B. W. Asser-Scholten, t.a. p. blz. 490: ,,De verkrijger is dus opvolger in den eigendom van den hypotheekgever, maar hij is dat krachtens handeling met den hypotheekhouder, hij krijgt het recht van dezen, dus slechts met de beperkingen en modificaties, die deze had te erkennen".

Sluiten