Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lacht en waar je later van huilt... Heb-u nou bijvoorbeeld juffrouw" — da's weer tot juffrouw Doedelaar, die net meelijdend 't hoofd schudt — „geen moeilijke bevalling gehad ?" ...

„Ja, da's waar," bevestigt juffrouw Doedelaar èrnstig-verrast: „en wat'n moeilijke... de dokter most de tang gebruike."

„Nou sie je," triomfeert wèer juffrouw Stengevis : „da was nou an uw vingers te sien en dat kompt meestal uit, niewaar Sorsien, vrouwe met heele korte vingers, die bevalle altijd moeilijk en gaan ook wel is dood in d'r kraambed. — Meneer" — da's tegen mij — „die het slanke vingers met groote geledingen, dat wil segge dattie 'n hoogvliegende geest het, gepaard met boosheid en vermetelheid... Ja lach u maar... Se lache allemaal as se 't voor 't eerst hoore... Sorsien, die het witte stippe op d'r wijsvinger — weet u wat dat segge wil ?... Dat wil segge eer en waardighede" ...

„En 'n zwarte stip ?" lachte Scherp smakelijk, zijn hand onder de lamp houdend.

„Swarte stippe sijn 'n slecht voorteeken... 't Sou me niks verwondere as u... maar u mot 'r niet boos om worde ... as u nog is in de gevangenis kompt.

„Voor bèértjes: Nou dat kan wel! Hahaha ! Hahaha !"

„Hahaha!"

Een oogenblik schateren we 't uit.

„Nou seg u mijn dan is uit de lijne van me hand," zegt juffrouw Doedelaar, tegen mij knipoogend: „dan wil ik wel is wete hoe 't met me leve staat."

„Sie u," zegt juffrouw Stengevis, terwijl ze 't rooie, vette handje in haar eene kalkhand houdt en met den wijsvinger van de andere de lijnen aanwijst: — „Da's de Venusberg ... daaromheen loopt de lefenslijn ... da's de voornaamste lijn ... da's de lijn waaran je alles sien kan".. .

„Hè-hèhè-èèè-èèè!" — giegelt juffrouw Doedelaar achter den kiespijndoek, met een pogen om haar gróóte belangstelling achter drukte van praten te verbergen: „en wat lees u d'r voor wijs in, hèhè-hè-èèè!"

„ ... Uw lefenslijn is lang en dun — da's van 'n bedaard karakter en lang lefen..." — molligjes, viezerig, rimpelt het witte vel om den neus en de kalkhanden betasten het rooie vleeschpootje ... „— da's de natuurlijke lijn, die begint vlak onder de berg van Jupietèr... sie u... die is kort bij u... da's aanleg

Sluiten