Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staatsinrichting hebben wij, dit moeten wij bekennen, aan hen te danken.

Zonder twijfel heeft de Heere zoo mild hen begiftigd met uitnemende gaven, opdat ze des te minder verontschuldiging zouden hebben voor hunne goddeloosheid. Laten wij echter de schatten van genade, die God over hen uitstort, zoo bewonderen, dat wij de genade der wedergeboorte, waardoor Hij zijne uitverkorenen tot zijn bijzonder eigendom maakt, des te hooger schatten. Schoon nu de uitvinding der cither, en van dergelijke muziekinstrumenten meer dient tot vermaak en genot dan tot noodzakelijk gebruik, zoo moet ze toch niet geheel overbodig geacht worden, en veel minder verdient ze om haar zelve veroordeeld te worden. Wel moet het genot veroordeeld worden, als 't niet met de vreeze Gods, en 't gemeenschappelijk nut der menschelijke samenleving is verbonden; doch de aard der muziekkunst is zoodanig, dat ze dienstbaar kan gemaakt worden aan de plichten der vroomheid, en den menschen van voordeel kan zijn, zoo slechts de slechte verlokselen achterwege blijven, en ook het ijdele vermaak, dat de menschen van betere verrichtingen aftrekt, en in ledigheid hun tijd doet doorbrengen. Maar al geven wij toe, dat de uitvinding der cither het minst moet geprezen worden, toch is meer dan genoeg bekend, hoever en hoe wijd het nut van alle handwerk zich uitstrekt. Kortom, Mozes wilde m. i. leeren dat dit volk door onderscheidene en uitnemende gaven heeft gebloeid, die niet alleen dit volk alle verontschuldiging ontnemen, maar ook duidelijke bewijzen zijn van Gods goedheid. Met den vader van hen, die in tenten wonen, wordt bedoeld de eerste uitvinder van dit gerief, dat anderen later hebben nagevolgd.

23. Hoort mijne stem, gij vrouwen van Lamech. Mózes' doel is, de ruwheid van dezen man aan te toonen, hoewel hij nog maar de vijfde was van af Kaïn, den broedermoorder, opdat wij zouden weten, dat hij zoo weinig was verschrikt door het voorbeeld der goddelijke wraak, hem in zijn stamvader voor oogen gesteld, dat hij nog meer verhard was. Zoo verhard zijn de goddeloozen, dat zij opstaan tegen de roede Gods, die hen toch tot matigheid moest aansporen. De duisterheid dezer plaats, waaraan de onderscheidene uitleggingen zijn te wijten, is meest daarvandaan gekomen, dat Mozes als bij verkorting spreekt, en de uitleggers niet hebben begrepen, wat hij bedoelde.

Sluiten