Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toeft, aansporen. Te denken, dat hij in ballingschap moest gaan kon het hem eene oorzaak van verdriet zijn. Aldus verschrikken menigvuldige zorgen en angsten zijn bevreesd gemoed. Want hij weetniet, wat hem als vluchteling zal overkomen, als hij zijn huis en goed heeft verlaten, en berooid en arm zich naar een woeste plaats zal hebben begeven.

Intusschen bedenkt hij niet, dat hij hetzelfde moest doen als schipbreukelingen, die, om behouden in de haven te komen, hunne waren en alles, wat zij bij zich hebben, in de zee werpen. Wel twijfelt hij er niet aan, of God heeft waarheid gesproken, en weigert hij niet, om, volgens bevel, naar elders te verhuizen. Maar, afgetobd door zijne zwakheid en gebogen onder vele zorgen, gaat hij langzaam voort, alsof hij lam was, terwijl hij haastig en zonder eenig verwijl had moeten wegloopen. Doch in zijn persoon stelt de Geest des Heeren ons een toonbeeld voor oogen van onze traagheid, opdat wij alle gevoelloosheid van ons zouden afwerpen, en zoodra het hemelsche woord in onze ooren weerklinkt, zouden leeren ons tot stipte gehoorzaamheid aan te gorden; anders zal Satan behalve die traagheid, die van nature in ons ligt, vele belemmeringen in den weg stellen-. Om nu Lot te beter aan te sporen, jagen de Engelen hem vrees aan, „opdat hij niet zou omkomen in de ongerechtigheid of straf der stad". Want ~pj? (awoon) heeft beide beteekenissen. Zij willen niet zeggen, dat de Heere zoo maar onschuldigen met de goddeloozen als ééne menigte zou ombrengen, maar omdat hij, voor zichzelven niet willende zorgen, waardig is te gronde te gaan, vooral als hij, vermaand zijnde om op zijn hoede te zijn, door zijn wijfelen zich aan het verderf blootstelt.

16. En hij draalde, en de mannen grepen hem. Eerst drongen de Engelen hem aan met woorden, nu dringen zij met hunne handen en metterdaad als het ware met geweld den man, om te vertrekken. Welk eene wonderlijke traagheid toch van dien man, dat hij, vast overtuigd, dat de Engelen niet zonder reden hem bedreigden, toch door geene woorden zich liet aanzetten, totdat hij door hunne handen buiten de stad werd getrokken. Christus zegt, dat, al is de geest sterk, toch het vleesch zwak is. Hier wordt een erger kwaad vermeld, dat het vleesch door zijne traagheid de wakkerheid van den geest beperkt, zoodat zij langzaam hinkende ter nauwernood kan

Sluiten