Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3°7

van waar ik den zoon van het kamponghoofd als gids naar den Bt. Loeboek medenam. Het voetpad naar dien berg gaat van den rechteroever van de Tëbaoeng uit bij den mond van het riviertje Tëngadak, dat op den Loeboek ontspringt. De spitskegelvormige Loeboek (487 M.) bestaat, even als de aan de westzijde daarnaast gelegen, meer koepelvormige Pëtoesi uit kwartshoudenden amphibool-biotiet-porphyriet met andesitischen habitus, veel overeenkomend met het gesteente van den Bt. Oendau. Het pad gaat door ladangs langs en door het dal van de Tëngadak tot aan den voet van den Loeboek, die daar aan zijn noordflank kan worden bestegen. De beklimming is niet moeielijk, maar nog al inspannend door de groote steilte van den berg; de algemeene helling bedraagt ongeveer 40°. Reeds op den Bt. Oendau had ik besloten den Loeboek in ieder geval te beklimmen , daar zijn geïsoleerde ligging en betrekkelijk aanzienlijke hoogte mij er een uitzichtspunt van den eersten rang deden vermoeden. Ik werd niet in mijn verwachtingen teleurgesteld, want het uitzicht van den top van den Loeboek bleek naar alle richtingen uitgestrekt en onbelemmerd te zijn. Ongelukkig was de lucht buiig, zoodat het panorama mij niet ten volle gaf, wat het kon aanbieden. Het is overigens vol boeiende contrasten en een der rijkst geschakeerde en leerrijkste van alle, die ik in Borneo leerde kennen. Noord- en noord westwaarts verdwijnt de breede Kapoewas-vlakte in de heiige lucht aan den horizont, west- en zuidwestwaarts heerschen kegel- en koepelvormige bergen, de andesiet-bergen van den Raja, Dëlapan1), Oendau, e. a.; oostwaarts en noordoostwaarts op den voorgrond enkele kegelvormige bergen, de Mënala, de Dapan, enz., waarachter aan gene zijde van het Soeroekdal de scherp en grillig omlijnde vormen der vulkanische tufgebergten volgen, zuidwaarts

1) Van het Dëlapan-gebergte moet worden opgemerkt, dat het door valleien in strooken verdeeld is, die alle naar het Sëbilit-dal een steile helling bezitten, doch naar de daarvan afgekeerde zijde eenigszins glooiend afloopen. Hoewel ik vermeen, dat het Dëlapangebergte uit porphyriet of andesiet bestaat, wijs ik er op, dat uit zijn uitwendigen vorm dit niet met zoo groote waarschijnlijkheid mag worden afgeleid als b. v. bij het Oendau-gebergte of bij den Bt. Loeboek.

Sluiten