Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 3. Uit liet bovenstaande blijkt dat de constructie geheel geschiedt

— en zoo is het ook met alle volgende constructiën — volgens de gewone regels der Beschrijvende Meetkunde.

Het eenig kenmerkende onderscheid is dat men slechts de projectiën teekent op één bepaald aangewezen vlak, hier het horizontale. Het verticale projectievlak bestaat wel, maar treedt niet zoo op den voorgrond als vroeger, en dient meer als hulpmiddel bij deconstructie van de horizontale projectie. Het profiel toch is eigenlijk niets anders dan eene projectie op een vlak dat loodrecht staat op de ribben van het prisma, dus op een verticaal vlak; de doorsnede van dit vlak met het horizontale — d. i. de grondlijn van het profiel

— is te beschouwen als de lijn die wij vroeger de as van projectie noemden. Bovendien zijn voor de constructie van de horizontale projectie dikwijls nog een of meer andere vlakken (standvlakken) noodig, die men daar plaatst waar men ze noodig heeft. De horizontale projectie is hoofdzaak, al het overige is slechts te beschouwen als hulpmiddel voor de constructie van deze projectie, en kan desnoods gemist worden, indien men, zooals hierboven is aangegeven, zijne toevlucht neemt tot berekening, wat echter in den regel omslachtiger is.

COUPURE IN EENE BORSTWERING.

^ 4. Op PI. B zijn het profiel en de plattegrond aangegeven van eene borstwering met binnen- en buitengracht. Wij zullen nu in die borstwering eene coupure maken, in eene gegevene schuine richting en van 3 M. breedte; de afsnijding heeft met het eene deel der borstwering plaats onder eene helling van 2 op 3, en met het andere deel onder eene helling van 1 op 1. De zijwanden der grachten zijn aan de eene zijde onder eene helling van 3 op 2 en aan de andere zijde onder eene helling van 1 op 1 aan te brengen.

Aangezien hier de snijpunten van vele ribben te construeeren zijn, hebben wij een standvlak aangebracht, op de wijze als in § 2 is aangewezen. Met behulp van dit standvlak zijn nu de snijpunten bepaald met de ribben, die op + 0,5, + 0,7, + 1,4 en -f 1,1 zijn gelegen. Op overeenkomstige wijze is voor het construeeren van de eindtaluds der grachten een standvlak aangebracht onder f, en dit is naar de andere zijde geteekend, omdat die zijvlakken in

Sluiten