Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij het vervoer door menschen of dieren is het voordeeliger een kleine snelheid bij grooten last te nemen dan omgekeerd omdat dan de weg minder dikwijls behoeft te worden afgelegd en dus de arbeid noodig voor het verplaatsen van mensch of dier zelf, kleiner is.

In Europa rekent men dat een sterk werkman een maximum brutolast van 2000 KG. in de gewone afvoergalerijen bij goede baan kan voortduwen, dus b. v. slechts twee wagens elk van 650 KG. nuttigen last, waarbij een snelheid van 0.8 M. per seconde kan worden verkregen, terwijl een paard met dezelfde snelheid minstens het zes-, dikwijls het achtvoudige gewicht trekt en slechts ongeveer 'ƒ3 meer kost dan een arbeider. Terwijl echter in het eerste geval de lengte van den afvoerweg niet grooter dan 500 a 400 M. mag zijn, daar anders de werklieden bovenmatig worden ingespannen en hun nuttig effect dus kleiner wordt, begint juist bij die lengte de afvoer met paarden voordeeliger te worden dan die inet menschen, en wordt dit voordeel des te grooter naarmate de baan langer is. Zoo is de verhouding bij lengten van 600, 800 en 1200 M. respectievelijk l'/3, l'/j en 13/4-

Gewoonlijk werkt een paard gedurende 8 uur en staat dan weder eenzelfden tijd op stal. Zoowel bij menschen als bij paarden rekent men dat % a van den werktijd gerust wordt.

Intusschen kan er soms aanleiding zijn ook op betrekkelijk lange wegen het duurdere vervoer met menschen toe te passen b. v. in lage galerijen of bij sterk opblazenden vloer, waardoor de baan dikwijls oneffenheden vertoont; in het eerste geval kan men echter ook tot vervoer met machines overgaan (zie § 172).

In het voorgaande hebben de gegeven cijfers alleen betrekking op europeesche toestanden; voor Indië zijn nog weinig punten van vergelijking aanwezig, doch zal het vervoer enkel met menschen allicht spoediger verlaten moeten worden dan in Europa. Ook is het nog de vraag of de indische paardenrassen geschikt zijn voor liet werken in de mijn. De reeds in gang zijnde en spoedig aan te vangen kolenontginningen in den Archipel zullen wellicht hieromtrent weldra voldoende licht verspreiden. De te Pengaron opgedane ervaring dat een Inlander niet in staat is voortdurend meer dan t/i ton nuttigen last voorttebewegen, geeft slechts */s ® V® van hetgeen een europeesch mijnwerker kan verrichten. Wellicht dat in Indië het machinaal vervoer, meer nog dan in Europa, het eenige middel zal blijken om lot een werkelijk voordeelige ontginning te geraken, zoodra de transporten zich over eenigszins groote afstanden beginnen uit te strekken.

Wij hebben boven de afvoersnelheid op 0.8 M. per seconde aangenomen;

Sluiten