Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De democratie staat onverschillig toe te zien, geeft nauwlettend acht of- haar soms geen schade berokkend wordt, protesteert dan metklem en soms zelfs met succes. Maar de misdaad laat zij gebeuren. Haar geweten spreekt niet. Geweld, dat overwint, wordt wéér recht, als voor duizend, voor tienduizend jaar. De democratie faalt over heel de linie, haar humanitaire beginselen, haar staaslieden, haar macht, haar idealisme.

Het stompzinnige, wetenschappelijk bespottelijke, menselijk verfoeilijke „rassisme", door botte hoogmoed en platte hebzucht uitgebroed, voert onder de nazi-Duitse grondigheid tot de afschuwelijkste excessen, die niemand onzer in zijn ergste fantasieën voor mogelijk had gehouden in de twintigste eeuw. Bakersprookjes uit lang overwonnen gewaande dagen, honderdmaal weerlegd, worden gehanteerd als wetenschappelijke argumenten, „bewijsmateriaal", om mishandeling, roof, mensenjacht te rechtvaardigen. De beestachtige vervolgingen nemen een steeds misdadiger, onmenselijker karakter aan, drijven in steeds versneld tempo honderdduizenden tot wanhoop, in ondergang en dood. Na duizend pijnigingen en vernederingen, een nieuw dekreet, door een duivel uitgedacht, door zijn gebroed uitgevoerd. Joden worden uit hun huis, hun zaken gehaald en in ijltempo naar de grens gevoerd, als slachtvee, zonder geld, zonder bagage, zonder warme kleren, zonder dekking voor de nacht, zonder te weten waarheen, uitgeladen waar het Duitse machtsgebied ophoudt, voortgedreven met geweerkolven en trappen van solide laarzen, weg uit het heilige land der Germaanse cultuur... Het grensland wil ze niet opnemen. Als verworpen dieren zwerven ze in een strook niemandsland, tussen twee wallen van wapens, hongerig, verkleumd, ziek, waanzinnig van angst en wanhoop... De wereld roept ach en wee over „die arme Joden", maar de heilige toorn, die tot grootse daden voeren kan, breekt niet los. De democratie, de menselijkheid heeft haar geweten in slaap gesust en redt zich met de voze schijn van voos beklag.

Een van verdriet en wanhoop halfkrankzinnig geworden zeventienjarige knaap, een Joodse vluchteling in Parijs, schiet in de verbijstering om hetlotrijner gedeporteerde ouders een Duitse gezantschapssecretaris neer. Dat is het sein tot een „spontane" uitbarsting van volkswoede in het Derde Rijk.

Niemand kan er aan twijfelen, dat deze furie is gecommandeerd en gedirigeerd door de Duitse regering. Het rijn de bruine roof-, moorden brandbenden der S.A., die juichend het pogrom leiden. Synagogen gaan overal in vlammen op, eerbiedwaardige heiligdommen,

Sluiten