Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij met heilbegeerigheid tot Hem heeft gebeden, totdat zij zeggen kon, »Hij is de mijne en ik ben de zijne." Haar naam was Maria, die naam hebt gij menigmaal in uw bijbeltje gelezen. Ziet maar in Luk. 7 : 37. Daar vindt gij een weenende zondares; haar hart was vol oprechte liefde tot haar Heiland en zaligmaker, ziet maar, hoe de tranen haar tappelings over de wangen rollen en de gezegende voeten van den Heere Jezus overvloeien — een droogdoek heeft ze niet, maar liefde weet hier raad; zij zal de haren van haar hoofd, die zij vroeger tot alle oneerlijke vlechtingen had misbruikt, nu gebruiken om de tranen van zijn voeten af te drogen en dan op nederige wijze lieflijk te kussen; terwijl de kostelijke nardus-zalf, waarmede Hij door haar was gezalfd, zijn liefde geur verspreidt. Ziet ook in Luk. 10 : 39. Daar zit ze aan zijn voeten om van Hem te leeren, de liefdelessen van zijn hemelsch koninkrijk, omdat zij zooveel liefde, heil en vrede in den Heere Jezus vond. Was de Heere nog op aarde geweest, ook onze Marie zou alle wederliefde aan Hem hebben betoond. Maar neen, zij kende Hem niet naar het vleesch en daarom deed zij dit op andere wijze, zooals gij hebt gelezen, want ook zij bezat dit liefdevuur, waardoor zij alles kon verlaten en Hem navolgen, zelfs tot in den dood.

Tot in den dood den Heere na te volgen, dat is oprechte liefde. Wel, kinderen, bezit gij hier ook al iets van? Zou dat uw begeerten zijn? Hebt gij uw knieën al eens gebogen vobr den Heere en Hem gevraagd of Hij uw hart eens bekeeren en uw ziel eens gaande maken wil, om het pad van Zijn geboden in oprechtheid te bewandelen? Hoe zou het voorbeeld van Marte u niet moeten aansporen en de uitkomst u niet moeten uitlokken om met Koning David eens te zeggen:

Dat wil ik doen, ik zoek dien zegen Bij U alleen, o Bron van troost en licht, i Hoe menigmaal is toch bij u niet aangedrongen en de noodzakelijkheid op kinderlijke wijze verklaart, dat gij bekeerd moest worden tot den Heere en Zijn dienst en dat uw jeugdig hart den Heere toebehoort. Wat heeft de Heere uw toch beweldadigd. Van Hem hebt gij het leven, lieve ouders, die voor u zorgen, van Hem hebt ge voedsel, kleeding en al wat gij noodig hebt. Daarenboven hebt gij zijn dierbaar woord in uw bezit, daar er toch zoo veel millioenen heidenkinderen zijn, die dit missen en nog nooit van den Heere Jezus hebben gehoord, ja, niet weten dat er

Sluiten