Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kring bleven, onwillekeurig geoordeeld werden als niet volkomen ernst te maken met de Christelijke belijdenis, of erger nog, vijandig daartegenover te staan. Trouwens alleen door het zóó scherp te stellen is het mogelijk geweest een zoo grooten aanhang onder het volk te krijgen, als bij de Doleantie en op allerlei ander gebied van werkzaamheid is geschied. Daarmee, misschien zou ik kunnen zeggen, met die methode kon Hoedemaker zich niet vereenigen. Hij stelde zich daartegenover, van oordeel, dat dit een verloochening was van het feit, dat het Nederlandsche volk een gedoopt volk is en daarom een volk des Verbonds; een volk, dat was afgevallen

en in menig opzicht afkeexig was geworden, maar dat als het oude Bondsvolk Israël voorwerp bleef van de gunst Gods, waarbij het er evenwel op aankwam dat het dit weer zou erkennen en zich openstellen voor de zegeningen Gods. Vandaar zijn bekende uitspraak: ..Heel de Kerk en heel het volk". Het was Kuyper niet onverschillig, óf Hoedemaker in zijn gevolg bleef, maar toen hij bemerkte, dat deze beslist weigerde in den weg van separatie en isolatie mee te gaan, het volk als geheel niet willende loslaten, heeft Kuyper hem eens toegevoegd: Dan blijft ge alleen met Jan Rap en zijn maat. Welnu, was het antwoord, dan zijn Jan Rap en zijn maat mijn volk, hun God mijn God.

Hierin kwam wel heel sterk een gansch verschillend oordeel uit, zooals dit nog altijd in de Christelijk-Historische Unie anders is dan bij de Antirevolutionairen. Hier ligt het voorname verschil ten opzichte waarvan er feitelijk ook bij De Savornin Lohman overeenstemming was met Hoedemaker. Ik herinner mij, dat in ^.De Scheidslijn" van de Savornin Lohman de opmerking voorkomTaan Het adres van „De Standaard . dat hij nooit zoo over liberalen kon schrijven als „De Standaard' deed m.a.w. de scheidslijn trekken tusschen het volk Gods — een geliefde uitdrukking bij de Antirevolutionairen — en de anderen. Br is wel een diepere scheidslijn maar die hebben wij menschen nigJë~trWkenT-omdaTr~wij niet het innerlijk beoorde^njcunnen. Hoedemaker heeft, dit altijd fijn aangevoeld. Zijn stelling was uit-gaamïe^vanhetgroote Evangeliewoord „Christus* de schare overziende, werd innerlijk met ontferming bewogen" ik begin niet met I zelf een scheidslijn te trekken, maar heb integendeel te rekenen met I de eischen van God met betrekking tot het geheele volk. .

Ik kan thans niet verder over de Kerk spreken. U begrijpt trouwens wel — zelf heb ik er geen oogenblik aan gedacht — dat ik niet over het voorname verschil kan spreken naar zijn verschillende aspecten. Daarvoor is het onderwerp te omvangrijk. Ik wil alleen even opmerken, dat er in de beschouwing van het kerkelijk en het staatkundig vraagstuk, een parallel is, maar die niet zoo aan de 'oppervlakte ligt. Ik weet b.v., dat er in de Clmstehjk-Htetoriscne Unie zijn. die_japenlijk vragen: Maak van onze Unie een Hervormde Kerkpartij. Ik ben thans oud geworden en moet terug-

Sluiten