Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

politiek, én op wetenschappelijk, én op kerkelijk terrein tegen mijn land en burgers kom ovgr te-staan.

En dan gaat men uiteen.

Niemand wordt de deur uitgedrongen, maar men trekt eigener beweging af.

Op die wijs had men het: «Achtende de versmaadheid van Christus meerderen rijkdom te zijn, dan de schatten in Egypte", niet bedoeld !

Den schat van zijn eigen aalmoes en eigen rust had men veil; desnoods ook den schat van zijn persoonlijke eerzucht; maar den schat van het gemeene burgerleven; den schat van zijn historische stichtingen; den schat van zijn nationale wetenschap; dien nooit!

En zoo liet men dan los, eenvoudig wijl men bij de hitte des daags vanzelf los weekte.

Ongemerkt viel men van elkaar.

En bij dit uiteenvallen, verbaasde het noch links noch rechts, dat men verder niet saamging, maar eer, hoe men over en weêr, pas zoo laat tot het inzicht was gekomen, dat men wel dicht bij elkaar, maar toch nooit op eenzelfden wortel gebloeid had.

Let nu in dit stuk op drie dingen:

1°. hierop, dat zeer uitdrukkelijk verklaard wierd, dat we noch de doorwerking van het beginsel op de ziel, noch op de predicatie, missie, enz. hier te berde wenschten te brengen; dat we dit terrein uitsloten ; en eeniglijk bespraken de doorwerking van den Naam des Heeren op politiek en universitair terrein;

2°. daarop, dat de uitdrukking „Volk des Heeren", gelijk ik U toonen zal, volstrekt niet identisch is genomen met die van het Lichaam van Christus ; maar, gelijk er m. i. duidelijk bij staat, in den zin van dat deel onzer natie, dat om zijn belijdenis van 's Heeren Naam door een ander deel gesmaad, bespot en aangefloten wordt;

en 3°. ook hierop, dat de Standaard, de dissentieerende broederen als Halven kenschetsend, duidelijk uitsprak, dat deze broederen de doorwerking van den Naam des Heeren tot op de lielfte van den weg wel terdege ook zei ven willen en beoogen;

en ons dunkt, reeds uit deze drie opmerkingen blijkt zonneklaar, dat met de Halven geen „Antichristen" konden bedoeld zijn.

Antichristen zijn personen, die de toepassing van den Naam des Heeren op geen enlcel terrein willen, maar op alle terrein tegenstaan.

Personen, die niet alleen zeiven zonder smaad te dragen leven; maar de eersten zijn, om spot en haat aan de Christenen aan te doen. En eindelijk personen, die niet slechts, buiten het historisch optredend //Volk des Heeren'' staan, maar fel en bitter dit //Volk'' bestrijden.

Sluiten