Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 251

Cardan.

Zonder twyffel. Elizabeth, Scbynt hy zelfs niet de zuiverde begrippen van*c geen men eer en plicht noemt te hebben ? Cardan. Wie fpreektu dat tegen?

Elizabeth. Zo dat ik dan meen te mogen beduiten, dat hem om uw fchoonzoon te worden, niets ontbreekt, dan dat hy, uit hoofde van zynen Godsdienft, niet kan regeeren?

Cardan. Gy fchynt my begreepen te hebben.

Elizabeth. Hebt gy dan niets tegen zyne af komd ? Cardan.

Voldrekt niets als de religie. Elizabeth. Niets ook tegen zyne bezittingen ?

Cardan. Wel neen ik ... Hy is veelligt twee en driemaal ryker, dan Alexandrine zal worden... maar de kerk

, de kerk...

Elizabeth.

Gy verfpreekt u. Het kuflèn het kufiên..

Hoor eens myn waarde man. Wy zyn hier alleen

niemant hoort ons ik bemin u Gy

weet dat ik fpreek als ik denk ... Van harten zou ik het land , en den inwooner, over welken

Sluiten