Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bkr. NEDER LANDEN. 357

Leger ; Leyden Het' een groot aantal Schuppen en Spaaden volgen, terwijl die van Delft, op last de» Raads van Staate , veelerlei Oorlogsbehoeften verzorgden; Gouda, het Vrijheidminnend Gouda , beroemd in 's Lands Gefchiedbladeren wegens denwederiland, der Dwinglandije geboden, wilde niet toelaaten, dac de Bezetting ter Stede uittrok na Amfterdam , den Prins tot hulpe , fchoon hij de bevelen daar toe reeds hadt laaten afgaan, 't Oogmerk zijner Hoogheid, om het beleg in eene blokkeering te veranderen , bleek duidelijk, dewijl hij het Krijgsvolk van de uiterhe Grenzen opöntbooden hadt, en ze ook, geduurende het beleg, aantrokken.—» Als hoogst ondankbaar werd het gedrag des Prinfen omtrent de Broeders Bikker befchouwd , dewijl bij aan hun perfoon'ijke verpligtingen hadt: één hunner bewerkte, dat de Stad, eenige maanden geleden, hem een gefchenk deedt van honderd en vijftigduizend Guldens , die hij flegts ter leen verzogt : en hadden zij niet weinig toegebragt in het kortling genomen belluit, om twee millioenen Guldens de Stad te laaten opfchieten, tot redding zijner huislijke zaaken. Doch zij hadden veel aanziens en zeggens in de Stad: en was dit mogelijk de reden , waarom zijne Hoogheid, die tog toonen moest, op eenigen te onvrede te zijn, hen boven anderen uitkipte : zommigen tekenen ook aan, dat de kunstenaarijen van eenigen, die zich zedert wisten te dringen in de posten der ontflaagene Heeren, hebben medegewerkt met 's Prinfen ongenoegen.

E 5 Hel

Willet* de U.

Sluiten