Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22 I. Hoofdstuk

en dienst fchuldig , Ja, geloof aan en in God moet 'erplaats hebben, zullen wy hem behaagen: Hebr. XI. vs 6. — Maar hy die twyfelt aan het beflaan van God, moet nootwendig twyfelen aan zyne onafhangelykheid van hem , en aan zyne verplichting om God te dienen en te gehoorzaamen; — handelt dus ten uiterfte Goddeloos, en baant een weg tot het Atheismus. — En het goede oogmerk, dat hy bedoelt geduurende zyne twyfeling, baat hem niets , niemand toch mag het kwaade doen, op dat 'er het goede uit voortkome, Rom. 3: vs 8-

3. Zodanig eene twyfeling ic zeer gevaarlyk, terwyl hy, die zich daar aan overgeeft, gevaar loopt, dat God hem, gelyk eertyds de Heidenen, om dat bet haar niet goed en dagt God in erkentenisfe te houden, zal overgeeven in eene verkeerden Zin, om ie doen dingen, die niet en betaamen.

V. Is 'er rede om te denken, dat deze Natuurlyke Godgeleerdheid in den flaat der Rechtheid volmaakter is geweeft dan na

den

Sluiten