Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sept. STAAT EN OORLOG. 1786. 203

voor oogen te houden; onze herfteilingsbegrippen, by herhaalde reizen, onbewimpeld aan den dag gelegf, waar door wy tevens alle verwytingen, als of wy naar nieuwigheden haakten, hebben ontzenuwt, vonden al meede geenen ingang. — En daar de opregtheid en rondborstigheid de rigtfnoeren onzer daaden zyn geweest, en fteeds moeten blyven; zullen wy ons deeze geleegendheid ten nutte maaken, om voor U Ed. Groot Mog. onze waare grondbeginzelen van Regeering, tot wegneeming van alle vooroordeelen te ontvouwen.

Wy herhaalen dan, Edele Groot Mog. Heeren! dat wy ten eenemaale afkeerig zyn van eene volftrekte Volks - Regeering, en dezelve voor gevaarlyk en ftrydig met onze Conftitutie houden.

Dat wy volftrekt begrippen voeden, die in het minfte de hoogheid en het aanzien van 's Lands Regeering kunnen verdonkeren; maar wel volmaakt het tegendeel; namentlyk, wybedoelen enkel en alleen zulk eene naauwe onderlinge betrekking tusfehen de Regenten en het beftierd wordende Volk, volgens welke de Regenten niet willekeurig kunnen regeeren , en volgens welke den Volke alle vermoeden van willekeurige Regeering ontnomen wordt.

Wy befchouwen den Erfftadhouder wel als het hoofd der uitvoerende, doch in allen opzigte afhangelyk van de wetgeevende Magt ; door deeze Itelling bedoelen wy geenzints als of de Stadhouder geen invloed zoude moeten hebben op de wetgeevende Magt, of op der Staaten Vergaderingen; wy erkennen eensdeels de heilzaamheid van het Sradhouderfchap, overeenkomltig eener vrye Staats - Regeering ingericht; en wy geloven anderdeels, dat de Stadhouder eenen zeer heilzaamen invloed op de wetgeevende Magt kau hebben, te weeten, eenen advi. feerenden, een raadgeevenden invloed, maar geenen

Sluiten