Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 75 y

„ befte beginzelen welligt aan uwe zijde gedaan, „ zouden gewis onbereekenbaar zijn. — V Is bet ,, ééiNPAARio gevoelen der Commisfie en op expresfen. „ last derzelve, dat ik U deezen fcbrijve. Zjet, dat „ Gij uwe zaaken te Amfterdam fpoedig afdoet en ,, overkoomt. Laat toch het belang deezer Gemeente „ bij ü niet uit het oog verlooren worden. — Laa-

ten wij gemeenfchappelijk overleggen , wat U te „ doen ftaa. — Laat toch een overhaast belluir. „ geen oirzaak zijn , dat Gij en Wij en Lik achter

na verdubbelde reden tot droefheid vinden ! Nu, „ wij vertrouwen, dat Gij onzen raad en ernftige „ bede niet zult verwerpen. — God zij met U &c"

Op deezen , mij vertrooftenden , Brief antwoorde ik met het opgeeven van alle mijne voornaamfie gemoedelijke bezwaaren in dit ftuk , en met verzoek van wijze beftuuring , beloovende inmiddels mijne te rug koomst, zoo veel doenlijk, te verhaaften, en voor eene mondelinge conferentie met de Gecommitteerden, die niet ophielden zich mijne onveranderlijke Vrienden te betoonen, niets finaal te zullen befluiten.

Het antwoord, welk ik hier op te rug ontving van mijnen Vriend ten broek, was nog meer bepaald inlichtende. „ Ik was (fchreef zijn Hoog Eerw.) „ naauwlijks in ftaat, om uwen Brief met eenige be,, daardheid te leezen. Ach! wat zullen wij zeggen? „ De Heere regeert. Misfchien moeten wij onze hulp

en troost in eenen anderen weg ontvangen. Mog„ ten wij maar onze zielen in lijdzaamheid bezitten,

en niet te veel zien op de menfchen &c. — Wij „ hebben deezen namiddag weder Commisfie gehad,

waar in wij uwe Brieven zeer ernftig overwoogen „ hebben. Wij bedroeven ons aan den eenen kant ,, over uwe gemoedelijke bezwaaren en flingeringen,

maar aan den anderen kant verblijden wij ons zeer

over uw voorneemen en belofte, om niets te be„ paaien voor dat Gij hier zijt. Wij verlaaten ons „ daar op , en meenen allergewigtigfte redenen te „ hebben, om U te overreeden , dat God U hier. „ roept, en dat Gij hier moet blijven. De Leden „der Commisfie, en allen, die wij ontmoeten, „ wenfchen en begeeren dit, en de roepfiem van „ deeze Gemeente ftaat zeeker als tien tegen één.

» Om

Sluiten