Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C *9 )

No. 17.

, Companyt E. de Geest, dewelke verklaarde gezien te hebben, dat de MajoF Zorreth op den bekenden Plunderdag, den 29 Juny 1787, met een Commando Militairen, zich vervoegd heeft voor het gefloten huis van der, Burger J. van den Berg op de hoek van de Bakker en Turf-

ftraat. . „ ...

' Dat hy gehoord had, dat 'er order werd gegeven, om eenige Byllieden van'de Hoofdwacht te doen komen, en door dezelve dc deur van het huis van gem. van den Berg open te hakken, fchoon niet gehoord had, door wien die ordre ware gegeven.

Dat hy voorts gezien had, dat eene meenigee Militairen m het huis zyn ingedrongen, de glazen en ramen hebben ftuk geflagen, en de meubelen daar uit gefmeten.

Juravit folemniter coram

F. H. Raeber Cos. den 26 May 1795.

No. 18.

Comparuit Johan van den Berg, van competenten ouderdom en behoorlyk geciteerd, dewelke verklaarde:

Dat in de Maand April of 't begin van May van 't Jaar 1788, destyds te Iluisfen woonende, gekomen is te Malburgen , cn daar gcrencontrcerd heeft den Major Zorreth, welken hy Compt. verzocht, ter oorzaak van zeker bericht, 'twelk hem ter ooren gekomen was van zeker piaa, dat 'er onder eenige Officieren van 't Regt. van Sommerlatte tegens hem zou zyn gemaakt geweest, een woord te fpreken.

Dat buiten de deur tredende, de Major Zorreth aanftonds - tegens Compt. gezegt had, dat het hem het meeste leed deed, dat hy Compt. r 0 ° n j zoo

Sluiten