Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN MAEIENBURO.

53

Gluck. Zekerlyk weeten zy niet altyd veele zonderlinge, dikwils elkander tegenfpreekende, dingen te vereffenen ; daarto,e ontbreekt ook meestal een gedeelte des volks het vermogen, en een ander de wil. Czaar.

Frederik, gy fchynt niet alleen uw bybel, gy fchynt ook de menfchen beltudeerd te hebben. Gluck.

Hoe dikwils verfchynt juist een daad in een onguaftig licht, die door honderd gouden eerzuilen verdiende vereeuwigd te wordsn! In het ver¬

volg zal het allen goeden burgers, die hunnen Czaar niet genoeg kennen , gaan , gelyk het my gegaan is.

Czaar.

Hoe zo, Pastoor?

Gluck.

Uwe onverbidlyke geltrengheid , uwe vaardige belluiten verwekten dikwils, zelfs tegen myn wil, zekeren afkeer en huivering in my. Doch het gevolg leerde, dat myn Czaar dikwerf daar, waar by wreed lcheen te zyn , de heilzaaaifte oogmerken ten doel had.

Czaar.

Verder, Pastoor!

Gluck.

Wie over Czaar Peter wel wil oordeelen, moet D 3 ïiiec

Sluiten