is toegevoegd aan uw favorieten.

Occultisme, wetenschap en leven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vossenjacht in de Campagna Romana. Wat men in den hertog van Montenevoso thans zou moeten prijzen om hem te behagen weet ik niet. Maar die grap is vol van een diepen psychologischen zin, zooals dat het geval is met zoovele Witze die meer wijsheid bevatten dan een heele kast geleerde boeken. De wijsheid van den mop over d'Annunzio schijnt mij toe deze te zijn: het is hoogst zelden, dat iemands eigenlijk beroep hem geheel bevredigt. Slechts al te vaak bemerkt men pas te laat, dat de belangstelling verflauwt en men zoekt naar iets anders waarin men zijn geestelijke en lichamelijke energie kan afleiden; „uitleven" heet het tegenwoordig.

Het is gemakkelijk te verklaren, waarom deze eigenaardigheid in onzen tijd meer aangetroffen wordt dan in vroeger tijden. De groote en strenge specialiseering in alle wetenschappen en derzelver toepassingen, in alle vakken en bedrijven maakt een vroege beroepskeuze noodzakelijk. Dit is een algemeen bekend en erkend euvel. De vroege beroepskeuze heeft tengevolge, dat zoovelen een richting inslaan, welke ten slotte zal blijken niet te strooken met hun waren aanleg en neigingen. De wonderlijk-strenge inrichting der hedendaagsche samenleving maakt het dan onmogelijk om van vak te veranderen en men is gedwongen goedschiks-kwaadschiks door te sjokken op een pad waarop de voeten als onwillige reizigers voortgaan. Vroeg of laat komt dan de reactie, en bewust of onbewust begint men.... een liefhebberij aan te kweeken.

Speurt men diep in het innerlijk zijner medemenschen, dan ontdekt men niet zelden, dat die liefhebberij veel meer tot het ware geluk bijdraagt dan het officieele beroep. Helaas echter zijn aanleg en toewijding alleen met in staat om iets goeds te bereiken in welken tak van menschelijke studie het ook zij. Overal behoeft men grondige vóórkennis, inleiding in de elementaire grondslagen, vóór-oefening in de denkmethodes, inwijding in het geheele geestelijke stelsel. Wie niet van jongs aan in dezen tredmolen geloopen heeft en ook de bijvakken behoorlijk beheerscht, kan het in geen enkele wetenschap of studie ver brengen. Van daar de schrik dien de specialisten in eiken tak van kennis hebben voor „dilettanten". Een paar voorbeelden. Gesteld dat iemand, wat ook zijn beroep moge zijn, op later leeftijd lust gevoelt heraldiek of penningkunde te bestudeeren. Hoeveel stelselmatige, grondige