is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Buddhistische doodenfeest in China en Japan

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze samen met Kwannon-zó („Kwannongras), onder aanroeping van de (vijf) Buddhas.

De ikimitama of ikiryö of shöryö, „levende zielen", zijn de zielen van levende personen, die, wanneer ze toornig zijn, zelfs gedurende het leven een vloek kunnen veroorzaken, en die daarom gunstig gestemd dienen te worden (een Shintö gedachte). Tanikawa Kotosuga, de schrijver van de Wakun no shiori (1706—1776), citeert Washio Takayasu's dagboek Nisuiki, dat loopt van 1504 tot 1532; daar lezen we dat in Eishö 14 (1517), op een gelukkigen dag tusschen den 8sten en den 13den der zevende maand, de Keizerlijke Prinsen en de overige Hofdignitarissen het iki-mitama feest vierden. Volgens Tanikawa wordt deze ceremonie reeds als een plechtigheid van de zevende maand genoemd in de Shiki monogatari of „Verhalen van de vier seizoenen", door Kamo Chömei, den beroemden schrijver der Höjóki, die van 1154 tot 1216 leefde. Het was, zegt deze, gewichtiger dan de andere iama-matsuri of „offers aan de zielen", zelfs dan dat van het eind van het jaar. Dit herinnert ons aan de Rokubon of „Zes Schotels", „Zes Ullambanas", vermeld door de Wakan sansai zue, in volgorde gevierd op de volgende data: II 15, V 15, VII 14, VIII 15, IX 16 en XII 30. Ook Yoshida Kenkö spreekt in de 1 surezuregusa (1334— 1339) van een tama-matsuri, maar het is niet duidelijk, of daarmee een offer aan de levende zielen wordt bedoeld. Tanikawa beschouwt het iki-mitama-e van zijn tijd (18de eeuw) als een survival van de ceremonie uit de 12de eeuw, door Kamo Chömei vermeld, en zegt dat oorspronkelijk het voedsel, aan de levende ouders gegeven, iki-mitama genoemd werd. Hoe dit zij, we kunnen er wel zeker van zijn, en ook de schrijver van de Kokushi daijiten of „Groot Woordenboek der Nationale Geschiedenis" (1908; p. 138, s. v. iki-mitama) is daarvan overtuigd, dat deze ceremonie gebaseerd is op het Ullambana sütra, waar immers van de „levende ouders" gesproken wordt. Zij werd, zegt de laatst-

126