is toegevoegd aan je favorieten.

Het geestelijk rituaal der vrijmetselaren onder het Groot-Oosten der Nederlanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geleden op de eischen der practijk en het wanbegrip dat daaromtrent heerschte; laten wij echter nooit vergeten dat dit het ware symbool is bij het vallen van den blinddoek.

Op dit oogenblik zal de Cand.\ het Licht zien zooals zeer duidelijk wordt gezegd, hij zal het niet ontvangen; dit is weggelegd voor den derden graad. Na hetgeen ik hierover in Hfdst. II zeide, behoef ik er niet verder op in te gaan. Hij ziet slechts den Winkelhaak der kleine Lichten, zooals de oude catechismus ons duidelijk maakt, het Licht in eigen binnenste; het is waarlijk al genoeg voor iemand die nog slechts zoo kort zijn schreden zette op den weg des Lichts.

De Cand. \ wordt nu weder voor het Altaar geleid, verklaart zich bereid de gelofte met open oogen te herhalen en wordt dan ingewijd, terwijl A.\ M.\ en Opzz.\ hun zwaarden (lichtstralen) in een driehoek boven zijn hoofd houden. In dezen graad wordt die driehoek horizontaal gevormd, in den tweeden graad worden de zwaarden gehouden in den vorm van een pyramide met de punt naar boven, waarover later meer (blz. 83).

De inwijding is door de CHA woordelijk overgenomen van 1820; ze is schooner dan die van 1865 maar toch een eigenaardige mengeling van geestelijkheid en administratieve organisatie.

„Ter eere (let wel: ter eere en niet in naam) van

den 0.\B.\ d.\ H.- ontvang ik U". Dit is zuiver

geestelijk, maar bij het ,,in naam van het G.\0.\ der Nederlanden en bij de macht mij door de Loge toebetrouwd, stel ik U aan tot Leerling V.-.M. ." is de organisatie aan het woord.

De broedernaam wordt hem gegeven en de A.-. M.\ zelf geeft hem schootsvel en handschoenen en deelt hem woorden, teekens en aanraking mede.

Het schootsvel wordt met de punt binnenwaarts gedragen omdat de driehoek der geestelijkheid er wel is,.