is toegevoegd aan je favorieten.

Bijdragen uit de geschiedenis der vrijmetselarij

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er gezegd is, dat Prins Karei in 1777 tegenover een afgezant van de „Strikte Observanz" ontkende ooit Vrijmetselaar geweest te zijn,1) is zulk een officieele démenti zelfs heden ten dage niet onbekend in politieke kringen, en wellicht moeten wij er niet veel waarde aan hechten.

De Schotsche aanhangers van Koning Jacobus II, die hem in zijn ballingschap volgden na het landen van den Prins van Oranje in 1688, brachten naar het Engelsche Hof te St. Germain (dat door Lodewijk XIV ter beschikking van den Koning was gesteld) die oude riten van Heredom en Kilwinning, vermengd met de overlevering der Tempeliers, welke wij reeds vermeld hebben. Toen Koning Jacobus II uit Engeland vluchtte, vond hij een wijkplaats in de Jezuïeten-Abdij van Clermont, welke een aan haar verbonden Hoogeschool van Clermont in Parijs bezat, die in 1550 gesticht was door Guillaume du Prat, Bisschop van Clermont.2) Daar vond de Koning, geheel onverwacht, een Ma<;onniek middelpunt, dat riten bezat welke in Frankrijk waren doorgegeven uit een ver verwijderd verleden. Zoo had een dooreenmengen van twee overleveringen plaats, en het was in dezen tijd — vele jaren vóór de herleving in 1717 — dat sommige ceremoniën, welke heden in den Ouden en Aangenomen Schotschen Ritus begrepen zijn, voor het eerst samengevoegd werden.

Waarschijnlijk gaf dit feit geboorte aan die andere steeds terugkeerende overlevering, dat de Jezuïeten te maken hadden met de ontwikkeling van de Vrijmetselarij der hooge graden op het Vasteland. Aan deze inheemsche Fransche overlevering — waarvan een andere tak zijn weg vond naar de „Compagnonnage" — zijn de ritualen ontleend der Fransche Blauwe

*) Gould: History of Freemasonry, III, 110.

2) The Catholic Encyclopaedia (1913), Dl. XIV, blz. 88.