Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lansdch-Indië" (Tijdschrift Aardr. Gen. 1907, bl. 891, 1909, bl. 439 en 1910, bl. 501).

Zie voorts: J. J. Verwijk „Het verzamelen van gegevens voor de bevolkingsstatistieken op Java en Madoera" in deel II van het Tijdschrift voor het Binnenlandsch Bestuur; H. E. Steinmetz, „Volkstellingen op Java en Madoera", in deel XVIII van idem; J. van Aalst, „De vijand" in deel XXXI en zijn belangrijke Nota omtrent de verzameling en bewerking van de gegevens voor de bevolkingsstatistieken op Java en Madoera, deel XXXII ibidem. Voor verdere literatuur zie BEVOLKING.

VOLLENHOVEN (DR. SAMUEL CONSTANT SNELLEN VAN). Geboren te Rotterdam den 18den October 1816, zoon van Jan en Constance Elizabeth Luchtmans, overleden te 's-Gravenhage 22 Maart 1880. Kundig beoefenaar der systematische entomologie en vele jaren voorzitter der Entomologische Vereeniging. In 1863 begon S. v. V. zijn eerste monographie over Oost-Indische insecten van het Rijks Museum v. natuurl. historie uittegeven, aan #elke inrichting hij, Dr. de Haan opvolgend, conservator was. Door dezen waren alleen de beschrijvingen der soorten uit de familie der Papilioniden en van de orde der Orthoptera uitgegeven. De deelen I —XVI van het tijdschrift der bovengenoemde vereeniging bevatten tal van door hem geschreven verhandelingen over insecten uit Oost-Indië, vergezeld van door hemzelf geteekende platen. S. v. V. promoveerde te Leiden tot doctor in de rechten, ontving later aan de Leidsche hoogeschool honoris causa den titel van doctor phil. nat. en was lid der Kon. Akad. van wetenschappen. Voor verdere bijzonderheden over zijnen arbeid zie men het opstel van G. A. Six in Ind. Gids, 1880, I, bl. 1024.

VOORKEURRECHT. De naam voorkeurrecht of prioriteitsrecht (een enkel maal: recht van preferentie) wordt gegeven aan dat Indonesische recht op een stuk grond, waarbij de rechthebbende zich wel is waar niet als bezitter van dien grond beschouwt, maar nochtans verhinderen kan, dat een ander dien grond in bezit neemt; veelal kan hij in een concreet geval deze laatste bevoegdheid dan alleen uitoefenen, als hij tevens bereid is zelf den grond in cultuur te brengen. Dit voorkeurrecht, in geheel Indonesië bekend, doch alleen in de Minahasa voorzien van een inlandschen naam (apar-, palau-recht), komt met name voor: ten aanzien van grond, die ter ontginning is afgebakend; ten aanzien van grond, dien men bezeten, doch verlaten heeft; en ten aanzien van nog woesten buurgrond, grenzend aan iemands woonerf of "bevloeide akkers; misschien ook ten aanzien van delfstoffen onder iemands grond. Het voorkeurrecht op buurgrond is o.a. zeer ontwikkeld op West-Java, waar zulke grond vaak oeloeran heet; dat van den aanstaanden ontginner is door de ontginningsordonnanties of de agrarische reglementen, waar deze bestaan (deel I, bl. 23 en 824, III, bl. 136, 137 en 220), geheel vervormd. Zie over dit voorkeurrecht Pandecten van het adatrecht II en IV A; Van Vollenhoven, Het adatrecht v#n Ned.-Indië, deel I; en onder GROND (RECHTEN OP DEN), deel I, bl.- 822 en 823.

Een westersch voorkeurrecht op grond is in het leven geroepen door het instituut der vergunning tot landexploratie, in Ind. Stb. 1912 no. 362, onder den naam „recht van voorrang".

VOORRANG (RECHT VAN). ZieVOORKEURRECHT.

VORDERMAN (ADOLPHE GUILLAUME). Geb. te 's Gravenhage 12 Dec. 1844, overleden te Weltevreden 15 Juli 1902. In 1866 als off. v. gez. der marine in Indië gekomen, in 1871 civiel geneesheer te Soemënëp, in 1881 derde stadsgeneesheer te Batavia, in 1890 inspecteur van den burgerlijken geneeskundigen dienst.

Met eene ongewone werkkracht begaafd en een praktischen blik vereenigend met wetenschappelijken zin, heeft Dr. Vorderman gedurende de 36 jaren van zijne onafgebroken werkzaamheid als arts in Indië een aantal oorspronkelijke bijdragen op het gebied der natuurstudie en warenkennis geleverd. Als zoodanig zijn o.a. te noemen zijne bijdragen tot de Indische voedingsleer (Analecta op bromatologisch gebied I, II en III, in Gen. Tijdschr.- N.-I. XXXI11, XXXIV, XXXIX, en Beschr. catalogus van Cliin. en Inl. voedingsmiddelen van Batavia, in Bijdr. T. L. V. VIII, 124, of wel Gen. Tijdschr. XXV), alsmede tot de geneesmiddelleer (Kritische Beschouwingen, Bat. 1886; Javaansche geneesmiddelen I en II, in Gen. Tijdschr. XXXIV en XL; voorts vele kleinere bijdragen in genoemde tijdschriften, in Teysmannia, Tijdschr. v. inl. geneesk., enz.). In 1897 verscheen van zijne hand: Onderzoek naar het verband tusschen den aard der rijstvoeding in de gevangenissen op Java en Madoera en het voorkomen van beri-beri onder de geïnterneerden. Talrijk zijn ook V.'s opstellen op Indisch natuurhistorisch, bepaaldelijk ornithologisch, gebied. Voornamelijk zijn deze geplaatst in het Tijdschr. der Kon. Nat. Ver. te Batavia, die sedert 1876 V. onder hare besturende leden telde; een overzicht der aldaar verschenen (44) bijdragen vindt men in genoèmd tijdschr. LXII (1903), bl. 273.

Onder de vele wetenschappelijke onderscheidingen, aan V. bewezen, stelde hij het hoogst het hem honoris causa verleend doctoraat der hoogeschool te Utrecht, waar hij als mil. stud. zijne opleiding genoten had.

VORKSTAART. Naam van vogelsoorten, in vorm en kleur overeenkomende met de witte kwikstaarten, doch met een diep ingesneden (gevorkten) staart, behoorende tot het genus Henicurus. Zij leven bij voorkeur aaif d^ rotsachtige oevers der bergstroomen, jacht makende op insecten, die boven de oppervlakte van het water vliegen en op de kokertjes van waterjuffers. Op Java vindt men de groote vorkstaart (Henicurus leschenaultii) van de grootte van een lijster, merkwaardig wegens het zeer groote, uit mos vervaardigde nest. De bovenkop, een vleugelband, de buitenste staartpennen en een groote vlek op de overige staartpennen zijn wit, overigens is de vogel geheel zwart. Op Borneo leeft Henicurus ruficapillus, een kleinere soort met bruinrooden nek en achterhoofd. Op Sumatra en Java wordt aangetroffen H. velatus, grijs met zwarten staart, vleugels, wangen en keel, wit voorhoofd, buik, stuit en staarteinde en bruinen bovenkop. Zie MOERAI.

VORSTENLANDEN, geschiedenis. Zie JAVA (geschiedenis).

Staatsinrichting. De naam Vorstenlanden, in den Compagniestijd synoniem met dien van zelfbesturende landschappen (inlandsehe rijken) in het algemeen, is al sinds geruimen tijd tot eigennaam geworden voor de gewesten Soera-

Sluiten