Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hij zich weder in een auto zal wagen en door de straten dezer zoo slecht bewaakte stad rijden.

Nu komt het landshoofd Potiorek tusschenbeide.

„Alles is voorbij," — zegt hij, — „Meer dan één moordenaar hebben wij hier niet in Serajewo!"

„Zoudt gij niet naar Ilidze terugkeeren?" — vraagt haar dan de Aartshertog. — „Terstond volg ik u."

„Neen!" — antwoordt zij daarop en voor de derde maal legt ze door woord en daad getuigenis af, hoe innig verknocht zij aan haren gemaal is. — „Ik blijf bij u. Waar gij zijt, daar wil ik ook zijn!"

Een zegetocht is het, die nu voor Franz Ferdinand en zijne Sophie aanvangt. Hoe de straten de menigte kunnen bevatten, die den Vorstelijken stoet schier het voortgaan verhindert, moge een raadsel zijn. Het is een menschenzee gelijk, welker deining zich voortzet tot ver buiten de poorten van Serajewo.

Op het Stadhuis heeft de officiëele begroeting, die de onversaagde Aartshertog gewenscht heeft, plaats. De burgemeester, bleek, beangst, siddert een oogenblik, als de mond van zijn toekomstigen Vorst streng vraagt, of tegen een ontvangst, als hem nu is ten deel gevallen, niet beter en strenger maatregelen hadden genomen kunnen worden. Maar hij herademt, als even daarna de Aartshertog zijn dank betuigt voor de hem gebrachte ovaties; ovaties, zegt hij, die hem te meer hebben getroffen, daar er de blijdschap over het mislukken van den bomaanslag uit bleek.

Nu komen weer de bezorgde raadgevingen.

„Hoogheid, indien nu afgezien kon worden van den voorgenomen rit door de stad . . . ."

Maar men vergeet weer welk een man hij is, tot wien men deze raadgevingen richt! En het klinkt dan ook bijna als een bestraffing uit zijn mond, wanneer hij antwoordt:

„Er bestaat voor mij geen reden, om van het program af te wijken!"

Allen, die deze kloeke woorden hooren, moeten wel met diepén eerbied vervuld worden voor dezen man. Een Jield is hjj. Voor het doodsgevaar schrikt hij niet terug, als zijn plicht hem roept. En die plicht roept hem thans. Zoo hij nu de straten van Serajewo vermijdt, zullen de Al-Serviërs spottend van hem getuigen, dat hij gevlucht is. Vluchten? Neen, dat nimmer! Het leven heeft hij lief, maar zijn eer is hem nog dierbaarder. En als de toekomstige Keizer óók over Bosnië moet hij die eer hoog, zéér hoog, houden!

Voor de tweede maal rijdt hij uit met zijn gemalin aan zijn zijde.

„Meer dan één moordenaar hebben wij hier niet in Serajewo!" — heeft Potiorek geruststellend gezegd. Hij is er van overtuigd, dat er voor vrees geen reden meer bestaat en dat er nu allerwegen betoogingen van'sympathie plaats zullen vinden.

7

Sluiten