Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leger en constateerde, dat „het materieel, om den Moezel en den Rijn over te steken, ontbrak" — het geschiedde, zoo oordeelde de menigte, niet bij geval.

Mogelijk zouden Grey en Hum-bert in Lagerhuis en Senaat dezelfde woorden hebben gesproken, ook al zou de Aartshertog niet vermoord en daardoor gevaar voor verstoring van den vrede gerezen zijn. Maar deze redevoeringen brachten juist nu nog meer bange gedachten in de ontroerde gemoederen. En weer vroeg men zich af: „Zal door de misdaden van Cabrinowic en Princip ellende over heel Europa komen?"

Donkere wolken pakten zich boven Europa samen.

Beschaafd Europa was er van overtuigd, dat er iets gedaan moest worden, om Servië tot bezinning te brengen, opdat het anarchistische element niet overheersen end zou worden.

Maar tegenover beschaafd Europa stond Servië. Servië, dat

zoo voorspoedig was geweest in de Balkanoorlogen en door de kracht zijner wapenen maar ook door de

behendigheid zijner diplomatie groote voordeden, waaronder een sterke gebiedsuitbreiding, had behaald. Servië, dat zich bovenal krachtig en sterk gevoelde, omdat het achter zich een groot Rijk wist, dat millioenen manschappen in het veld zou kunnen brengen en — voor den Servischen broeder — zou willen brengen ook.

Pasjits, de Servische Minister, zeide dan ook in een persgesprek met het doel, zijn uitspraak wereldkundig te doen worden: „Servië heeft vrede en rust noodig, om het op Turkije veroverde gebied tot ontwikkeling te brengen. Indien het echter tot een oorlog gedwongen wordt, zal het zich zoo krachtig mogelijk verdedigen".

Zoo brak de 23e Juli aan.

In Rusland zat de President der Fransche Republiek aan bij feestmaaltijden; bij Bergen, in Noorwegen, ontspande zich Keizer Wilhelm van de drukke en zorgvolle

56

mocht blijven

staatsbemoeiingen maar de Oostenrijksch-Hongaar-

sche Regeering had een nota voor Servië gereed,, waarin ze haar eischen stelde. En dit staatsstuk werd den avond van 23 Juli, om zes uur, door den gezant, der Monarchie aan de Servische Regeering overhandigd.

En als een schok ging het door de landen van Europa: Oostenrijk-Hongarije verlangt vóór Zaterdag 25 Juli, te zes ure des avonds,, 'antwoord!

Met de snelheid van . den stormwind kwam het vreeselijk onweder opzetten. Reeds zag het verschrikte oog de bliksemschichten de lucht doorflitsen en ving het oor het verwijderd gerommel van den donder op ... .

Europa sidderde. Vreeze en beving kwam over heel de beschaafde wereld. O, dat het onheil nog

te keeren zijn; dat het oorlogsmonster mocht geketend in de donkerste schuilhoeken van den nacht!

Hot rommelde overal in Europa in don véórzonioi v' 'M,,,: '<M |„.t lnhlst „, Albanië. Op onze plaat ziet men Alalissoren m hun scliilderarlitiuv kleedordracl)1 ul naar een redevoering- van lissad Paclia.

De Nota van Oostenrijk-Hongarye aan de Servische Regeering.

De mensch van de twintigste eeivw leeft snel.

Diligence en trekschuit hebben uitgediend. Het ijzeren stoomrosbrengt den reiziger in enkele uren naar zijn bestemming, welke hij nog niet eens een eeuw geleden eerst na een reis van dagen zou hebben bereikt. En nauwelijks is men tot de ontdekking gekomen, hoe groot de snelheid wel is, die men door middel van den stoom kan ontwikkelen, of een andere kracht, die der electriciteit, dringt de eerste op zij. Sneller,, steeds sneller wil men en gaat men vooruit!

"Zeeën, oceanen scheiden landen en volkeren niet meer — ze vereenigen die. In vijf, zeven dagen bereikt ge het werelddeel, dat de

57

Sluiten