Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geen lach zelfs ontplooit voor een oógenblik den saamgenepen mond.

Wat den Hoogen Bezoeker, wien de vriendelijke en voorkomende Noren zoo groote vereering toedragen, toch deren mag? Wat hem zoo ernstig en nadenkend doet zijn?

Niemand, die hierop een antwoord weet. Maar de gezagvoerder en de hoogste officieren van de „Hohenzollern" weten het wèl. Uit Berlijn zijn onrustwekkende telegrammen gekomen. In Europa dreigt een wreede, verschrikkelijke oorlog; een oorlog, waarin het Duitsche Rijk betrokken zal kunnen worden. En is Wilhelm II niet genoemd de Vredes-Keizer, de Vorst, die reeds

meer dan eenmaal den Europeeschen Vrede heeft gered ?

Het dreigend oorlogsgevaar is het, wat dezen machtige het hart als van schrik doet ineenkrimpen. Hii kan zijn aandacht niet geven aan den wedstrijd. Zijn geest is in zijn werkkamer, beraadslaagt met zijn Ministers, ontwerpt telegrammen en vertoogen aan de

Europeesche Staatshoofden

Den 26en Juli is de Keizer op de terugreis. De fjord van Balholm heeft alle- aantrekkelijkheid voor hem verloren. IJzeren plicht roept hem naar zijn hoofdstad, waar hij werken moet — èn wil —, opdat mogelijk nog de Vrede bewaard zal blijven!

Keizer Wilhelm II van Duitschland.

Het Duitsche volk verkeerde in déze dagen, in een gansch andere stemming dan zijn Keizer. Het'werd niet beangst door de gedachte aan den Oorlog. Krachtig voelde het zich en sterk, om den vijand te wederstaan.

Bestond er dan oorlogsgevaar voor Duitschland?

In geen geringe mate. Indien immers Servië niet wilde bukken,

84

Sluiten