Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moest de Monarchie de daad .bij het woord .voegen. Doch dan zou Rusland tegen Oostenrijk-Hongarije optrekken. En dan?

Dan moést Duitschland naast den bondgenoot gaan staan, on bevreesd voor den Russischen kolos. Maar dan zou ook aan de westergrenzen de strijd ontbranden, want de Republiek zou het Czarenrijk ter hulp snellen.

Reusachtige menigten vulden de straten der groote steden en hoopten zich op voor de bureaux der groote dagbladen, die van uur tot uur bijzondere edities uitgaven of met groote letters de ingekomen telegrammen bulletineerden. En opgewonden uitroepen klonken uit die menigten op, uitroepen, waaruit het verlangen dezer Duitschers bleek.

Hoort!

„Nieder mit Serbiën! Hoch Oesterreich!"

Nieder mit Serbiën! Die Duitsche jongelingen en mannen, die jongedochters en vrouwen wenschten, dat nu eens en vooral een einde aan de Servische agitatie werd gemaakt. Ze begeerden Oostenrijks verheffing en de nederlaag van Servië! Ze popelden, om het broedervolk te helpen in zijn strijd tegen het Europeesch barbarisme. Hoch Oesterreich!

Was het Duitsche volk dan oorlogszuchtig ? Verlangden de huis¬

vaders er naar, uit den kring hunner gezinnen te worden weggerukt, om misschien nimmer terug te keeren? En vreesden die Duitsche jongemannen den eenzamen dood op het slagveld niet, waar de minuten tot uren van kwelling worden, waar even smartelijk als de pijnlijkste wonden de wetenschap schrijnt, dat nimmer één der zoo zeer begeerde idealen in vervulling zal kunnen gaan?

Neen, naar oorlog verlangde het Duitsche volk niet. Doch het wist, dat de oorlog komen moést. Het wist dit reeds sinds 1871, toen Frankrijk het schoone Élzas-Lotharingen had moeten afstaan; het wist dit

Keizerin Augusta Victoria van Duitschland.

85

Sluiten