Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze waren vol moed, deze Oostenrijkers. Zeker, ze zouden Servië toonen,.Wat het inhield, zich de onderdanen der Monarchie tot vijanden te maken. Morgen, morgen reeds, zou het geschut hun bedachtzaamheid leeren en voorzichtigheid

Toen in het oosten de zon met zilveren pracht aanlichtte over een nieuwen dag,'riep de bevelvoerder der Donau-vloot op het vlaggeschip de manschappen bijeen; op de andere schepen deden het de verschillende commandanten.

„Mannen," — zoo hadden zij het in den scheepsraad gisteren

De spoorwegen hebben in den'oorlog geen geringe taak. Tien-, honderdduizenden manschappen worden van grens tot grens ge-v"berd. Geen plekje is onbezet. Tot zelfs de tender van dezen Duitschen locomotief wordt voor het vervoer door de „Pickelhauben" benut.

afgesproken te zeggen en aan die afspraak hield ieder zich, nu het gewichtige oógenblik gekomen was, — „mannen, gij herinnert u, hoe voor enkele weken onze beminde Aartshertog-Troonopvolger met zijne Gemalin ten slachtoffer vielen aan de vuige moordlust van een bende misdadigers. Die misdadigers, gij weet het, werden tot hun helsche daad aangespoord en bij de volvoering van hun snood plan geholpen door Serviërs, die van nabij tot de Servische overheid in betrekking stonden. Het was een misdaad, zoo gruwelijk, zoo ontzettend, als er zelden een in de geschiedenis is voorgevallen. Maar men mocht zulks van de Serviërs verwachten, die hun eigen Koning vermoordden en "

Op Leven en Dood. 7

97

Sluiten