Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schen Minister van Buitenlandsche zaken, Sir Edward Grey) brieven gewisseld, waarin de houding der beide landen bij een eventueelen oorlog, waarin één van beiden gewikkeld zou kunnen worden, werd besproken.

Indien — zoo spraken beide diplomaten toen uit, — één der Regeeringen ernstige reden had, een onuitgelokten aanval door een derde Mogendheid te verwachten of indien zij een gebeurtenis vreesde, die den algemeenen vrede bedreigde, behoorde zij onmiddellijk met de andere te bespreken, of beide Mogendheden tezamen zouden optreden om den aanval te voorkomen en den vrede te bewaren, en zoo ja, welke maatregelen zij bereid zouden zijn, gemeenschappelijk te nemen.

Het was Frankrijks doel, de Britsche Regeering te overtuigen, dat niet Frankrijk de aanvallende partij was. Frankrijk was vreedzaam gezind, doch Duitschland oorlogszuchtig

's Middags van den len Augustus, om 5 uur, was het met aarzelen gedaan. Toen gaf Frankrijk een ondubbelzinnig en duidelijk antwoord op Duitschlands Ultimatum. De Regeering der Republiek gelastte op dat uur de mobilisatie der geheele Fransche weermacht, zoowel van het leger als van de vloot.

En President Poincaré richtte terzelfder ure den volgenden

Oproep tot het Fransche Volk.

„Sedert eénige dagen was de toestand van Europa aanmerkelijk verergerd. Ondanks de poging van de diplomaten werd de horizon somberder. Op het tegenwoordige oógenblik hebben de meeste natiën hun strijdmacht gemobiliseerd. Zelfs onzijdige landen hebben het hun plicht geacht, maatregelen van voorzorg te nemen.

„De mogendheden, wier grondwettelijke bepalingen of militaire wetten niet op de onze lijken, begonnen zonder besluit mobilisatietoebereidselen, gelijkstaande met mobilisatie, te nemen en zetten die voort; toebereidselen, die niet anders dan een uitvoering bij voorbaat zijn.

„Frankrijk, dat nadruk had gelegd op zijn vredelievende gevoelens, dat in deze droevige dagen aan Europa raadslagen tot matiging had gegeven en zijn pogingen, om den wereldvrede te handhaven, verdubbeld had, bereidde zich op alle gebeurlijkheden voor en trof toen de eerste onvermijdelijke beschikkingen om zijn grondgebied te beschermen, daar onze wetten de regeering niet toestaan, volledige toebereidselen te treffen, indien er niet eerst een besluit tot mobilisatie geteekend is. Uit zorg voor haar verantwoordelijkheid en in het besef, dat zij in haar heiligen plicht te kort zou schieten, door de zaken op haar beloop te laten, heeft de regeering een besluit genomen, dat de toestand noodzakelijk maakt.

„Mobilisatie is geen oorlog.

132

Sluiten