Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geval zou Duitschland tegenover het Koninkrijk geen verplichtingen op zich kunnen nemen, maar zou het de latere regeling van de betrekkingen der beide staten tot elkander aan de beslissing der wapenen moeten overlaten.

„De Keizerlijke Regeering koestert de stellige hoop, dat deze gebeurlijkheid zich niet zal voordoen en dat de Koninklijke Belgische Regeering de geschikte maatregelen zal weten te treffen, om te verhinderen, dat feiten, als hiervoren vermeld, zich voordoen. In dat geval zouden de vriendschappelijke banden, welke de beide nabuurstaten verbinden, een verdere en duurzame bevestiging erlangen".

Tot Maandag 3 Augustus, 's morgens om 7 uur, had de Belgische Regeering tijd, om een antwoord te geven.

De termijn was wel kort: slechts twaalf uur! Wat zou België, het kleine land, doen?

In allerijl werd Koning Albert gewaarschuwd en werden de Ministers bijeengeroepen. En een groot deel van den nacht werd doorgebracht met beraadslagingen.

Welk zou het antwoord zijn?

Wat anders dan een besliste afwijzing van het Duitsche verlangen!

Aldus luidde, het in de Antwoord-Nota, nadat in het kort de inhoud van het Ultimatum was weergegeven:

„Deze nota heeft bij 's Konings Regeering een diepe en smartelijke verwondering gewekt.

„De bedoelingen, welke erin worden toegeschreven aan Frankrijk,' zijn in tegenspraak met de formeele verklaringen, ons den len Augustus namens de Regeering der Republiek gedaan.

„Bovendien zou, indien in strijd met onze verwachting een schending van de Belgische neutraliteit zou begaan worden door Frankrijk, België al zijn internationale plichten vervuUen en zijn leger zou tegenover den binnendringer den krachtigsten tegenstand bieden.

„De verdragen van 1839, bevestigd door de verdragen van 1870, stellen de onafhankelijkheid en de neutraliteit van België onder de garantie van de Mogendheden en met name van de Regeering van Zijne Majesteit den Koning van Pruisen.

„België is steeds getrouw geweest aan zijn internationale verplichtingen; het heeft zijn plichten in een geest van loyale onpartijdigheid vervuld; het heeft geen enkele poging vèrwaarloosd om zijn neutraliteit te handhaven of te doen eerbiedigen.

„De aanslag op zijn onafhankelijkheid, waarmede de Duitsche Regeering het dreigt, zou een rechtstreeksche schending van het volkenrecht zijn. [Geen enkel stratégisch belang rechtvaardigt de schending van het recht.

„De Belgische Regeering zou, door de voorstellen, welke te harer

143

Sluiten