Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En met nadruk voegde de Minister er aan toe, dat — hoe vriendschappelijk thans de besprekingen ook gevoerd mochten worden — ingeval Duitschland en Frankrijk in het conflict werden betrokken, de Engelsche Regeering over zou gaan tot daden, ten behoeve van haar Engelsche belangen.....

Het was alzoo zeer begrijpelijk, dat Duitschland zich in de verdere ontwikkeling van het conflict afvroeg: Wat zal Engeland doen'?

„Indien het tot een.. oorlog met Frankrijk komen mocht," — zoo zei dienzelfden 29en Juli. *f 14 de Duitsche Rijkskanselier tot den Britschen ambassadeur te Berlijn, — „zal door Duitschland, wanneer het overwint, niet gestreefd worden naar uitbreiding van eenigFransch grondgebied, mits de Regeering van Groot-Brittanië neutraal blijft."

„Maar hoe zal het in dat geval gaan met de Fransche koloniën ?" — vroeg hem hierop de ambassadeur.

„Ik ben niet in staat, om in dit opzicht een soortgelijke toezegging te geven!" — luidde het antwoord.

Toen de Engelsche Regeering van den inhoud van dit gesprek kennis kreeg, verklaarde ze het voorstel van den Rijks-Kanselier onaannemelijk. En met nog meer spanning volgde ze nu den loop der gebeurtenissen.

Ontkend kan niet worden, dat door Minister Grey in de laatste dagen van Juli en in de eerste dagen van Augustus tientallen van lange, gewichtige telegrammen werden verzonden, die het behoud van den vrede beoogden. Maar hoe duidelijker het werd, dat het Europeesch conflict op een oorlog zou uitloopen, des te meer werd het voor Engeland een onmogelijkheid, zich onzijdig te houden.

Den 3den Augustus verklaarde Minister Grey in de stampvolle zitting van het Lagerhuis, dat aan Frankrijk meer dan diplomatieke steun moest worden geboden. Wanneer in een oorlog tusschen dat land en Duitschland een Duitsche vloot in het Kanaal of de Noordzee kwam, om de Fransche scheepvaart of de Fransche kust aan te vallen, dan moest en zou de Engelsche vloot al de bescherming geven, die in haar macht lag.

Minister Grey moést zoo spreken. De Entente bond hem en de bescherming der Britsche belangen eischte zulks.

Evenwel: Duitschland had verklaard, de noordkust van Frankrijk niet te zullen aanvallen, zoo Groot-Brittannië onzijdig bleef. En evenzeer verplichtte het zich, in dat geval de Fransche scheepvaart niet te zullen hinderen.

„Dat is een veel te enge verbintenis voor Engeland!" — riep de Minister onder toejuiching van het Lagerhuis uit.

Engeland wilde dus meer. Het wilde, dat Duitschland niet "tegen Frankrijk ten oorlog trok! En daarom werd dien dag, den 3en Augustus, de mobilisatie der geheele Engelsche vloot gelast!

149

Sluiten