Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE INVAL DER DUITSCHERS IN BELGIË.

De verschrikkingen van den Oorlog voor België begonnen.

Zingend trekken de Duitsche soldaten op. Ze zijn opgewekt en vol geestdrift.

Hebben ze niet gisteren, toen «e — één enkel oógenblik maar — in Aken den trein verlaten mochten, op het plein voor den Hauptbahnhof het Kriegerdenkmal bewonderd, dat daar is opgericht ter herinnering aan den heldenstrijd van vóór vier en veertig jaren? En staat niet sedert dat oógenblik als in vlammend schrift het vierregelig vers van dat gedenkteeken voor hunnen geest?

Kaiserstadt in Deutschen landen Lijdst du ein zur krönungsschau, Folg dem ruf njun deines Kaisers Treu durch not und tot zum Krieg.

De Keizer heeft hen geroepen, hen opgeroepen tot den heiligen strijd.

Hoch dem Kaiser! Hoch das deutsche Vaterland!

Ze zullen strijden en zeker: overwinnen ook. Evenals in'70 zal het Duitsche leger den Fransoos verpletteren, hem opsluiten in zijn vestingen en met tienduizenden tegelijk hem gevangen nemen.

. "Nach Paris!" — zoo roepen ze vroolijk, als de zang voor een wijle verstomt. En onder elkander lachen ze dan, dat deze tocht weinig meer dan een militaire wandeling zal zijn.

Ze zijn wel onbezorgd, deze Duitschers. Ja, toen ze gisteren en eergisteren afscheid van de hunnen namen: deze van vrouw en kinderen, ^gene van zijn ouders, wier verzorger hü was, weer een ander van haar, die hij met echt-Duitsche trouw lief'had, toen hebben ze zich in de laatste oogenblikken los moeten rukken en ijlings zich moeten afwenden, opdat niet die onmannelijke tranen

gezien zouden worden maar nu is dat leed weer vergeten en

stellen ze zich voor, hoe blij de terugkeer van het met roem overladen Duitsche leger zal zijn.

157

Sluiten