Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

...- „De Belgen echter waren gereed. Hun geweren hadden ze aangelegd en ieder van hen had zich reeds een doelwit uitgezocht. Het wachten was nn nog maar alleen op luitenant Claude, die het bevel tot vuren te geven had" (pag. 183).

rivier tusschen hem en den vijand bleef. En die rivier zóu hen blijven scheiden. Er was immers, geen brug meer, die haar overspande. En wie van de vijanden, hetzij cavalerist of infanterist, wilde trachten, zwemmend of in een boot den overkant te bereiken, zou lang voor dien dit waagstuk met den dood hebben bekocht.

Er waren onder die Duitschers zulke waaghalzen! Ruiters, zwemmend langszij van hun paard, dat met zijn breede flanken hun dekking bood, of jonge soldaten van de Sleeswijksche kusten, die met het water vertrouwd waren en minuten lang ónder konden

blijven maar ternauwernood hadden ze de helft van den afstand

afgelegd, of twee, vier, tien korte knallen werden gehoord.'... en getroffen door den Mauser-kogel moesten ze hun poging opgeven of, erger nog, zonken ze weg in de diepte....

Het was een vreeselijke strijd. De brug van Visé móest genomen worden, luidde dezen morgen het bevel. En de Duitsche soldaten, die met hun meerderen het belang van dit punt inzagen, spanden hun uiterste krachten in, om de brug — ze mocht dan ook verwoest zijn — te vermeesteren.

Maar het was vruchteloos: de Belgische stelling aan den overkant, maar meer nog de granaten van het fort Barchon verhinderden iedere poging.

Ze werden als ratten neergeschoten, deze Duitschers.

190

Sluiten