Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inwoners. Wat was die vijand dan al nabij en — wat waren Frankrijk en Engeland op oneindig verren afstand gelegen!

O, het onheil voor Luik naderde met rassche schreden! Er was geen ontkomen aan den ijzeren greep1, waarin de Duitscher de stad omklemde.

Al heviger en al meer nabij klonk het donderend geluid der kanonnade. En aan den hemel klom de laaie gloed van brandende woningen en dorpen en steden steeds hooger! Moest dan heel het schoone Belgische land ten onder gaan, aan de verwoesting worden prijsgegeven?....

Daar kwam 's Woensdags spoorslags een Belgische lancier binnen

Leden van den staf van generaal Von Emmich nemen berichten op, om deze doo te geven aan den ordonnance, die voor de verdere verzending, zorg zal dragen.

Luik. Op de groote markt hield hij stil en dadelijk was hij omringd door een angstige menigte, die hem berichten vroeg. .

En hij vertelde Met commandant Canaille de Menton de

Home aan het hoofd was zijn escadron lanciers tusschen Plaineraux en Esneux op verkenning. Onverwachts stieten ze toen op Duitsche cavalerie, wel 500 uhlanen, die mitrailleurs op hun paarden meevoerden. Weldra regende het kogels rond de hoofden der Belgen. Hun commandant viel en met hem nog 30 lanciers

De ademloos luisterende menigte sidderde onder het verhaal van den man. De Belgen hadden dus ook daar moeten wijken voor den Duitscher, evenals dit, naar ze reeds wisten, bij Lixhe was geschied? De aandrang van den vijand was dan in het geheel niet te wederstaan? Maar dan moesten ze vluchten! In deze stad, die ongetwijfeld zeer spoedig in handen der Duitschers zou zijn, was geen plaats

208

Sluiten