Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trailleurs bestreken heel den terugweg en daarboven en daarnaast vielen nu de granaten en kartetsen der forten. Dan voorwaarts, ja voorwaarts!

De prikkeldraad-versperring moest echter eerst verwijderd. De aanvallers moesten wachten, tot de langzaam-knippende ijzer-scharen een doortocht hadden gebaand. Wee echter hem, die bij dit werk niet de noodige voorzorgen nam; die door den spoed, welke vereischt werd, niet bedacht, dat door die prikkeldraden een eleetrische stroom liep: als door den bliksem getroffen, viel hij dan neder.

En ondertusschen gingen de mitrailleurs voort met hun sneldoodend, al-vernietigend werk. Slechts enkele Duitschers waren het, die aan deze kogeljacht ontkwamen; geheele compagnieën werden neergéveld.

Twee-, drie-, ja meerdere malen soms moesten de aanvallers terugtrekken, vluchten. Maar even zooveel malen kwamen ze terug. Telkens moest de aanval herhaald! De Belg moest worden uitgeput. Van uitputting aan Duitschen kant scheen geen sprake te zijn, want de drommen, die, na een eersten en tweeden mislukten aanval, opnieuw gingen stormen, waren niet minder groot in aantal.

En als ,dan eindelijk de sperwerken voor de verdedigers onnut geworden en de Duitschers tot voor de loopgraven gedrongen waren, schudde de grond in wijden kring vaak onder de hevige ontploffing' die door het springen van een ondërgrpndsche mijn was veroorzaakt. Doch ook daardoor werden de Duitschers niet bewogen van een verder opdringen af te zien. Mochten er van een compagnie tientallen bloedend en stervend blijven liggen, de overlevenden uit de verschillende rampen drongen voorwaarts. En dan begon het gevecht van man tegen man. Iedere slag, iedere stoot deed dan bloed vloeien.^ Een elkander-dooden op -groote schaal maakte een

einde aan het gevecht en de overlevende verwonnenen mochten

blij zijn, zoo in de oorlogs-razernij het opsteken der ongewapende handen, de bede om levensbehoud, nog werd opgemerkt

Bij Pontisse en Barchon en Pléron, ja bij alle forten, werd op deze wijze gestreden. En groot eh bloedig waren de verliezen, welke vooral de aanvallende partij leed.

Maar leden de Duitschers ontzaglijke verliezen — ze hielden vol. Onbegrijpelijk zelfs was het, hoe deze mannen, die toch honderden om zich heen zagen vallen, den moed behielden, om te willen zegevieren. En dat wilden ze.

Door geen hinderpaal, hoe groot en geweldig die ook mocht zijn, lieten ze zich terug houden. Telkens opnieuw werd in dichte rijen de stormloop op de forten en op de daartusschen aangebrachte versterkingen ondernomen. Want achter deze forten lag Luik. En Luik moest genomen worden!

211

Sluiten