Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Generaal von Emmich, door de telefoon bekend geworden met de gevangenneming van zijn tegenstander, wachtte hem in zijn hoofdkwartier op.

Daar werd generaal Léman voor hem gebracht. Maar vrij en fier zag de overwonnene den overwinnaar in de oogen. Hij Was zich bewust, zijn plicht te hebben gedaan.

„Gij hebt u dapper gehouden, generaal i" — voegde Von Emmich den gevangerie toe, terwijl hij hem de hand drukte.

„Ik dank u," — was het antwoord. — „Onze troepen hebben hun krijgsmanseer bewaard!"

Was dit een zinspeling op de verwoesting van Visé en andere plaatsen in Walenland? Beschuldigde generaal Léman zijn tegenstander, zijn overwinnaar nu, van harde, niet met soldaten-feer overeenstemmende maatregelen ? Of was dit woord een laatste groet, een laatste eer- en huldebetoon aan zijn kameraden, die onbegraven nog de velden dekten of straks als krijgsgevangenen naar het vreemde land zouden worden gevoerd?

Een oógenblik van pijnlijke stilte volgde op de laatste woorden van generaal Léman. Maar nog pijnlijker oógenblik zou volgen: dat, waarop de overwinnaar den degen in ontvangst moest nemen van den dappere, die overwonnen was.

Generaal Léman, diep ontroerd, gespte zijn wapen los, om het generaal Von Emmich aan te bieden.

Maar deze voorkwam hem.

Neen, weerde zijn hand af. En toen sprak zijn mond het woord, dat den man vóór hem eerde, maar dat ook hém deed kennen als een waar soldaat, een eerlijk strijder, een edelman-van-de-daad:

„Gij hebt gelijk, dat de krijgsmanseer behouden werd. Büjf daarom den degen dragen, die haar niet geschonden heeft. Het is voor mij een onderscheiding geweest, hem te mogen kruisen, generaal!"

Toen, voor het eerst gedurende deze dagen van verschrikking, van jammer en ellende, kwamen er tranen in het oog van generaal Léman.... de tranen van een man....

Een gebroken man was het, die kort daarop door de Duitschers in krijgsgevangenschap naar Maagdenburg werd gevoerd.

Zelf getuigde hij zulks in dit treffend schrijven aan zijn Koning, hetwelk hij, 's daags na de overgave van het fort Loncin, verzond:

Sire!

Na eervolle gevechten, geleverd op 4, 5 en 6 Augustus, oordeelde ik, dat de forten, van Luik geen andere rol meer spelen kónden dan die van sperforten.

Ik handhaafde echter het militair gouvernement, ten einde de

238

Sluiten