Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tienen-Namen — niet langs de Maas! — zou worden gelegerd.x) De Belgen hadden zich echter misrekend: Nederlands neutraliteit werd niet geschonden.2)

Indien de Belgische generale staf de hoofdmacht had geconcentreerd aan de Maas, zou Luik ongetwijfeld minder spoedig zijn gevallen en de mogelijkheid hebben bestaan, dat na een verovering deze vesting weer werd herovêrd. In ieder geval zou niet onbelangrijk de Duitsche opmarsch vertraagd geworden zijn!

De Duitschers, die de Stad Luik hadden veroverd, en sinds versterkt waren door aanzienlijke troepenmachten uit het vaderland, rustten niet op hun lauweren. Een deel trok naar het ^Zuiden, om de tweede Belgische Maas-stelling aan te vallen, en geraakte daar spoedig in hevige gevechten met de verdedigers der vesting Namen en de dezen ter hulp gesnelde Franschen — een ander deel ging naar het Westen, den weg op naar Brussel.

Reeds den 8sten Augustus verschenen de Duitschers in het gebied tusschen Waremme en Hasselt. Eerst enkele stoutmoedige uhlanen, die in woesten ren op hun vlugge paarden langs de wegen voortholden; daarna meer geregelde en in. langzamer tempo zich voortbewegende cavalerie- en artillerie-afdeelingen en eindelijk in

') De Oud-Minister van Oorlog, H.. Colijn, schreef in zijn: Over den Volkerenkr\jg:

„Blijkbaar bevreesd, dat de Duitschers ook ons grondgebied in Zuid-Limburg zouden schenden, hebben -zij (= de Belgen) hun troepen niet zoo ver naar voren (= achter de Maas tot bij Maastricht) durven brengen. In dat veronderstelde geval dreigde voor hun linkervleugel, indien zij achter de Maas stonden, gevaar voor omtrekking en dus ook gevaar om afgedrongen te worden van hun verbinding met Antwerpen.

„Twee fouten zijn in dien gedachtengang aan te wyzen. Vooreerst, dat het gevaar voor omtrekking van hun linkervleugel na 3 Augustus al niet meer te duchten viel. Toen toch was de mobilisatie van het Nederlandsche leger voltooid en zou een schending van Nederlandsch grondgebied hun den steun van het grootste deel van het Nederlandsche veldleger verschaft hebben. En ten tweede had de zorg voor de verbinding met Antwerpen in dit geval niet zoo' awaar mogen wegen. Voor een klein land kan het bezit van een centraal reduit beteekenis hebbed om den strijd te rekken, als het op zich zelf is aangewezen. Maar hier deed het behoud van Antwerpen aan het eindresultaat niets af. De beslissing valt elders en het Belgische leger had er o.i. vooral op bedacht moeten büjven aan die beslissing mede te werken, door zich te vereenigen met de Fransch-Engelsche bondgenooten, terwyl het de verdediging van Antwerpen had moeten overlaten aan het daarvoor bestemde garnizoen".

2) Nog lang na het begin van den oorlog geloofden velen in het buitenland, dat Nederland oogluikend de Duitschers ovef zijn gebied had laten doortrekken! Zelfs mannen van naam en beteekenis (o.a. de Franschman Clémenceau) vonden mede in dit toch van alle zyden gelogenstrafte gerucht aanleiding, om Nederlands strikte onzijdigheid te verdenken.

253

Sluiten