Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den laatsten man toe het zwaard gegrepen. En zoo trek ik dan het zwaard, dat ik met Gods hulp tientallen van jaren in de scheede gelaten heb "

Op dit oógenblik trok de Keizer zijn sabel en hield die hoog boven zijn hoofd. Toen ging hij voort:

„Het zwaard is getrokken, dat ik, zonder overwonnen te hebben, zonder eer niet weer op k^n steken. En gij allen moet en zult er Voor zorgen, dat het slechts in eer weer opgestoken kan worden. Gij zijt er mij borg voor, dat ik den vrede aan mijn vijanden zal kunnen

voorschrijven. Op, tot den strijd met onze tegenstanders en weg met de vijanden van Brandenburg! Drie hoera's voor ons leger!"

Doch ook tot het volk richtte zich de Keizer; het volk, dat in de komende dagen zoo veel ten offer zou moeten brengen : geld en goed en kinderen.

„Het gaat om het al of niet zijn van het rijk!" — luidde de Keizerlijke opwekking. — „Wij zullen ons verdedigen tot den laatsten ademtocht van man

en ros Wij zullen

dezen strijd bestaan tegen

een wereld van vijanden

Nog nooit is Duitschland overwonnen, als het eensgezind was Voorwaarts met God, Die met

ons zal zijn, gelijk Hij met onze vaderen is geweest!"

Zoo ooit, dan werd er in deze dagen ademloos naar de Woorden geluisterd, die Keizer Wilhelm sprak en met grenzenloos vertrouwen geloofde en volgde men hem.

Overwinnen of sterven!

De strijd tusschen de twee legers, die bijkans een halve eeuw zich tot den oorlog hadden toegerust, zou inderdaad gewéldig worden.

Want Frankry'k was machtig; machtig door de geestdrift, die zich zoo spoedig van zijn bewoners meester maakte, als ze dachten aan „revanche", aan het terug-bekomen der in 1870—'71 verloren

270

Generaal-Veldmaarschalk Von der Goltz, die na Brussels val benoemd werd tot militair gouverneur In België.

Sluiten