Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rijn-provinciën; machtig vooral ook door het sterke vesting-stelsel, dat het als een niet te overklimmen muur tegen zijn Oostelijken na-buur — den erfvijand — moest beschermen,])

Sinds het rampjaar — gelijk de Franschen nog altijd het jaar van den Fransch-Duitschen Oorlog van 1870—1871 noemden hadden de Fransche krijgskundigen er zich steeds toe bepaald, aan Frankrijk een defensieve (= verdedigende) houding toe te kennen, ingeval de nieuwe krijg mèt Duitschland uitbrak. Vandaar de ongemeen sterke vestingen, waarmede ze de natuurlijke stellingen (berghoogten en rivieren) in hun Oostgrens te hulp kwamen. Detrouées

Duitsche soldaten in Brussel bewaken het Stadhuis.

(= gaten, openingen) in deze natuurlijke stellingen sloten ze, opdat niet de Duitscher 'daarvan gebruik zou maken, om naar het hart van het land, Parijs, op te trekken.

Frankrijk was machtig óók door zijn leger, dat — op oorlogssterkte — ongeveer 4.750.000 manschappen telde. Wel is waar bestond het Duitsche leger op oorlogssterkte uit 5.400.000 man2), doch. Duitschland moest reeds terstond met een niet onaanzienlijke troepenmacht zijn oostergrens tegen een Russischen inval beschermen. Ook

') Zie het kaartje op blz. 133.

s) Dit aantal kon op ruim 9.000.000 worden gebracht, doordat het Duitsche legerbestuur nog 4.000.000 mannen — echter niet- of weinig geoefend — in reserve had.

271

Sluiten