Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

. mochten ook uren en dagen afstands hen scheiden, geheel in overeenstemming met elkander handelden. Het was duidelijk, dat het plan van aanval niet nog behoefde gereed gemaakt te worden — dit plan bestond en geheel overeenkomstig daarmede werden de krijgsverrichtingen uitgevoerd.

De Duitsche legers strekten zich den 2len Augustus uit langs een lijn, die, bij Mühlhausen in den Elzas aanvangend, de FranschDuitsche grens tot voorbij het Groot-Hertogdom Luxemburg volgde en eerst bij België's hoofdstad, Brussel, eindigde.

Het werd de taak van de legers in Elzas-Lotharingen — het 7e leger onder bevel van generaal Von Heeringen en het 4e leger onder den Kroonprins van Beieren — 't oostelijk Fransche vestingstelsel aan te vallen. Mocht deze aanval, uit hoofde van de ongemeen sterke

vestingen, al niet terstond het gewenschte gevolg hebben zeer

zeker werd dan toch een aanzienlijke vijandelijke macht, die van Belfort tot Verdun gelegerd moest blijven, vastgehouden. En dat vooral moest aan de vijf andere legers te stade komen, die in opdracht hadden, westelijk van den Franschen vestingmuur voorwaarts te dringen.

Het voldoen aan deze opdracht eischte een geweldige krachtsinspanning.

De Duitsche Kroonprins en Hertog Albrecht von Wurtemburg vonden met hun legers niet alleen de vestingen Longwy en Montmédy op hun weg, maar daarachter lag het Argonner-woud en zeker zou generaal Joffre niet hebben nagelaten, in de Trouée de la Meuse een krijgsmacht van beteekenis te leggen.

De arbeid, dien de legers van Von Haussen, Von Bülow en Von Kluck 'moesten verrichten, was eveneens uiterst moeilijk. Lange, geforceerde marschen, zoowel over dag als des nachts; een zenuwafmattende waakzaamheid, die tegenover een immers zoowel in'België als in Frankrijk vijandige bevolking in acht te nemen was; een wegruimen van de ontzaglijke bezwaren, die zoowel de niet te gering 1 te schatten noordelijke Fransche verdedigings-linies als de zeer zeker talrijke en piachtige vijandelijke legercorpsen hun in den weg zouden leggen — ziedaar, een nog maar klein gedeelte van de moeilijkheden, die het 2e, 3e en 8e Duitsche leger wachtten.

Doch onversaagd en zonder schroom begonnen de legers hun reuzentaak.

Zeide de oud-Rijkskanselier Von Bülow het niet in de eerste dagen van den uitgebroken oorlog in krachtige woorden: „Ook al was de wereld uitsluitend met duivels bevolkt — het Duitsche volk zal zijn plaats onder de zon verdedigen en handhaven"?

En vertolkte Hertoe: Ernst Ausrust van Bn

298

Sluiten