Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vooral deze laatsten toonden een woesten strijdlust. Alsof ze het gevaar niet achtten, zoo stormden ze tegen den kogelregen en de bajonetten der Duitschers in.

Het strijdplan van dén Franschen generalissimus werd door de opstelling der troepen in Noord-Frankrijk en Zuid-België duidelijk. Aan de Fransche corpsen daar was de taak aangewezen, om met behulp der Engelsche troepen, de Duitschers niet alleen op te houden, maar ze ook in het Maasdal en bij Namen vóór te zijn. Een Fransche legermacht zou dan, door in Lotharingen binnen te vallen, de legers van Von Heeringen en den Beierschen Kroonprins omtrekken en op zijn minst tot werkeloosheid doemen. En het zelfde moest geschieden door de Fransche operaties in het Ardennen-gebied, waardoor de Duitsche Kroonprins en de Hertog von Wurtemburg getroffen zouden worden.

Dit plan, hoe genieus ook, leed schipbreuk door de Beiersche

overwinning bij La Garde èn door de kundige strategie en de

stoutmoedige tactiek der Duitschers.s)

De berekeningen van Generaal Joffre steunden er op, dat de Stelling Namen het langen tijd tegen een Duitschen aanval zou volhouden. Bovendien overviel het hem, dat de Duitschers — zonder noemenswaard tijdverlies — Brussel bereikten en vandaar — óók weer zonder eenig oponthoud! — zuidwaarts trokken.

Niet aan de Franschen gelukte het, om een wig te driiven in de vijandelijke legers. Integendeel! Door den inderdaad — van krijgskundig standpunt bezien — grootschen en meesterlijken Opmarsch der Duitschers door België werd de rechtervleugel van

Senegaleezen en Algerijnen, die reeds in Zuid-België tegen de Duitschers streden, waren tot op zekere hoogte dus te beschouwen als aanvullingstroepen.

En dat deze „zwarten" tot de meest vervaarlijke tegenstanders gerekend moesten worden, was riiet te verwonderen van deze voor een groot deel nog onbeschaafde „kinderen der woestijnen", wien de vechtlust in 't bloed zat.

Onbeschaafden! Helaas, ze waren niet in Europa gekomen, om beschaafdheid op te doen! Was niet de Groote Oorlog een slag ih 't aangezicht der beschaving?

') Hier volgen eenige uitspraken van militaire deskundigen, die getracht hebben de begrippen strategie en tactiek te definiëeren.

Von Clausewitz: „Tactiek is gevechtsieer. Strategie daarentegen is de leer van de leiding der strijdkrachten tot aan het begin van het gevecht en van de aaneenschakeling der gevechten tot de eindelijke overweldiging van den vijand".

Jomini: „De strategie omvat het geheele oorlogstooneel; de werkkring der tactiek begint eerst met het gebruik der wapenen".

In vele Duitsche militaire leerboeken leest men: „Strategie is de leer der oorlogvoering, tactiek die der gevechtsvoering".

Generaal-majoor Plantenga zegt in zijn „Strategie en Krijgsgeschiedenis" o.m.: „In het algemeen bepaalt de strategie, waar het leger moet worden verzameld, waarheen het moet marcheeren, wanneer en waar gestreden moet worden Hoe gestreden moet worden, bepaalt de tactiek".

310

Sluiten