Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ren straatweg, op elk pad. Daaruit bleek, dat zij zooveel mogelijk gezien wilden worden. Overal vertoonden zij zich en zij reden maar door, net zoo lang tot zij beschoten werden. Zij gingen al maar door, tot zij eindelijk op den vijand stieten. Hun taak was het, om den dood tegemoet te rijden. Het geheele vijandelijke front werd door hen verkend. Ze werden meestal doodgeschoten, zeker. Doch er was er dan toch altijd wél één, dien het gelukte te ontsnappen, en die kon dan immers inlichtingen geven!

Bij ieder boschje, bij iedere greppel moest dé uhlaan tegen zichzelf zeggen: hier zou wel eens een vijand verscholen kunnen zitten. Hij wist, dat hij

zich niet verdedigen kon en dat er van alle kanten op hem geschoten zou worden. Overal school voor den uhlaan gevaar, verborgen gevaar.

Desondanks reed hij kalmpjes en rustig voort met Duitsche discipline J)....

Toen, den 5en September, de Duitschers tot voor Parijs verschenen waren, werd overal — en ook in Parijs — geloofd, dat nu weldra het beleg en — met de hulp der reuzen-mortieren —■ ook de val der hoofdstad zou volgen. „Nach Paris!" was immers de roep geweest, die sinds de eerste dagen van den oorlog de Duitschers hadden aangeheven! -* . ~

Maar het Duitsche opperbevel had andere bevelen gegeven. Generaal Von Kluck althans zette zijn marsch in Zuid-Oostelijke richting door, trok over de Marne en

Was het zijn doel, Parijs van het oosten aan te vallen? Of wildé hij ook nog de Seine oversteken, om dan van uit het zuiden zich een doortocht naar de hoofdstad te veroveren?

*) Naar een beschrijving van den Italiaan Luigi Barzini in de „Corriere della Sera".

350

Jong-Duitschland In den Oorlog. — De jongste onderOfficier in het Duitsche leger. Deze 14-jarige jongen diende bij het 109e Régiment en onderging zijn „vuurdoop" bij de bestorming van Mousson.

Sluiten