Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En ze stormden op elkander in en sloegen met de kolven hunner

geweren en staken met de scherpe bajonetten één slachting!

Vooral die Turco's, die Algerijnsche tirailleurs, waren schrikkelijk in het gevecht. Ze bekommerden zich om buil nooh wond — voorwaarts stormden ze. Dat waren geen beroepssoldaten; geen mannen, die huis en haard te verdedigen hadden en daarom tot het uiterste bereid — het waren krijgers van een half-beschaafd, half-verwilderd ras, wien de bloedige strijd van mensch tegen mensch immer een wellust was!

En die Indiërs! O, welke onschatbare diensten bewezen ze in dezen slag aan de Fransch-Engélsche zaak. Maar den Duitschers schenen die bruine gezichten, waarin hel de zwarte oogen glinsterden, als toe te behooren aan daemonen. En ja, daemonisch ook werd de strijd, waar Duitschers en Ghurka's en Shiks tegen elkander over stonden. Dan wierpen de laatsten hun geweren weg, die hen in hun bewegingen belemmerden, en met hun lange, vreeselijke messen alleen tot wapen, wachtten zij den Duitschen aanval af, of stortten

ze zich op de vijanden van hun Engelschen Opperheer

Wonden, door granaatscherven en geweerkogels of zelfs door den steek der driekantige bajonetten toegebracht, mochten vaak zwaar en vreeselijk zijn — de messen-wonden der Indiërs waren afzichtelijk .... daemonisch!

Was het leger van generaal Von Kluck den avond van den 7en September in aftocht — dat van Kroonprins Friedrich Wilhelm werd één dag later ook tot terugtrekken gedwongen.

De Kroonprins had zijn leger van Eère in Champagne tot beoosten Epernay in stelling gebracht. Zijn voortroepen, waartoe •ook de beroemde Keizerlijke Garde behoorde, bezetten den weg Sézanne-Epernay. Friedrich Wilhelm zélf had. zijn hoofdkwartier opgeslagen in het kasteel Mondement.

De Franschen en Engelschen, ^ vijf legercorpsen sterk, waren tegenover dit Duitsche leger vooral hierom ook in het voordeel, dat zij uitnemend met de terreinen rondom het kasteel Mondement bekend waren. Een golvend land was het en de heuvels waren vaak dicht-beplant met struik- en boomgewas: een uitmuntend gevechtsterrein scheen het. Maar de Franschen wisten en ze zeiden het aan hun bondgenooten, dat de dalen tusschen die heuvelen dalen des doods waren. Moerasgrond was het, die mensch en dier vasthield, neerzoog en verzwolg!

Wisten de Duitschers dit niet ? Of vergaten ze in de hitte van het gevecht, dat reeds begonnen was, vóór nog de dag aanbrak, hoe gevaarlijk de bodem was, die zoo bij uitstek voor den strijd geschikt scheen?

Turco's waren het, die den aanval op het centrum van het

363

Sluiten