Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BELGIË IN DEN OORLOG.

Belgische franc-tireurs en Duitsche représaille.

Toen — den 4en Augustus — de eerste Duitsche troepen de Belgische grens overschreden, werd met kwistige hand een door generaal Von Emmich onderteekende en in het Fransch gestelde Proclamatie verspreid, waarin de Belgische bevolking werd aangemaand, den Duitschen troepen den doortocht niet te versperren.

De Proclamatie miste evenwel haar doel.

De bewoners van Walenland ontstaken in woede over het onrecht, dat hun land werd aangedaan en in blinden driftygrepen zij naar hun geweer, legden aan op den voorbijtrekkenden troep en trokken af, onverschillig voor wat een onvermijdelijk gevolg van hun daad zou zijn

Bij het Verdrag, betreffende de-wetten en gebruiken van den Oorlog te land — vastgesteld in de Eerste Vredesconferentie van 1899 en herzien in de tweede van 1907 — was een Reglement als bijlage gevoegd, waarin over Oorlogvoerenden werd gesproken. Niet alleen de tot het Leger behoorende soldaten, maar ook de leden van vrijwilligers-corpsen werden als oorlogvoerenden erkend, indien zij tot hun hoofd hadden een voor hen verantwoordelijk persoon; een op een afstand zichtbaar vast onderscheidingsteeken hadden; hun wapens openlijk droegen en zich bij hun optreden hielden aan de wetten en gebruiken van den Oorlog .

Maar wat bekommerden zich de bewoners van Walenland om dat Reglement! Ze kenden het niet eens. En wie kennis mochten dragen van wat dit Reglement als verplichtend voorschreef, die meenden, dat de „Duitsche daad van onrecht" hen van al die verplichtingen onthief.

Vrijwilligers-corpsen werden niet gevormd. Hoogstens sloten drie

376

Sluiten