Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Alles ist frei!" — Zoo riepen de Duitschers elkander toe, toen ze de straten geheel ledig zagen. Want schuw en bevreesd hadden de Leuvenaars zich in hunne woningen teruggetrokken.

Toen begon de doortocht van een talrijke ruiterstoet, terwijl langs de Stationstraat ontzaglijke massa's voetvolk de stad binnenrukten onder het zingen van de „Wacht am Rhein", begeleid door pijpers en trommels.

Dien dag reeds onderging Leuven het lot van een overwonnen stad. Na 8 ure 's avonds mocht geen inwoner zich buiten op straat vertóonen en de doodstraf bedreigde ieder burger, van wien bleek, dat hij zijn wapens niet ingeleverd had.

Von Manteüffel, de bevelhebber der Duitsche troepen, wees het voorstel der Leuvensche overheid, om zijn manschappen in de kazernes en scholen te doen huisvesten, van de hand. Hij gelastte, dat zijn soldaten bij de inwoners zouden worden gehuisvest, een bevel, waaraan geen der Leuvenaars zich kon of durfde onttrekken

De Leuvenaars) die voor overlast en voor ongebondenheden der Duitschers hadden gevreesd, herademden. „De Belgen zijn onze kameraden!" zoo zeiden de soldaten tot hen. Mocht ook al een enkeling ongevraagd een wijnkelder binnendringen — van gruwelijkheden, die de mare den Duitschers had ten laste gelegd, bleef geheel Leuven vrij.

Het verkeer herleefde, 't Was, of de Leuvenaars zich er reeds mee hadden vertrouwd gemaakt, dat enkel Duitsche uniformen hunne straten vulden. Ja, inderdaad, de Belgen lachten weer onbezorgd; de mannen knoopten gesprekken aan met de Duitschers; de vrouwen en meisjes begonnen met de soldaten — vijanden toch van hun land!

— te schertsen

Evenwel, niet alle Leuvenaars deden zoo. Er waren er, die wrokten en mokten; mannen en vrouwen, in wier harten, eerst diep-verborgen, de haat naar boven welde. Hun blikken getuigden en hun fluister-gesprekken gewaagden er van, dat zij den invaller

den dood toewenschten O, als het den soldaten van het op

Antwerpen teruggetrokken Belgische leger gelukken mocht, Von Manteüffel uit het Stadhuis en zijn troepen uit de stad te verdrijven

— hoe zouden ze juichen! En Franschman of Engelschman, die hun arme stad zou ontzetten en bevrijden, zouden ze als den redder van het vaderland huldigen en tot in het verste nageslacht zou het Belgische volk dien redder dankbaarheid bewijzen

Herinnerde zich Von Manteüffel, dat hij zich in een vijandelijk land en temidden van een zijn leger vijandige bevolking bevond? Of berichtte de Duitsche verkenningsdienst hem, dat er gisting

392

Sluiten