Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der partijen sprake. Om iederen voetbreed, ja om iederen duimbreed gronds werd gekampt, bloedig gekampt. Geen loopgraven-oorlog als in het Westen werd het hier, al scheen soms het offensief eenerzijds of anderzijds te verslappen. Maar gelijk de zee op en neer golft en nimmer een rustig oogenblik kent, zoo was het met den strijd op het Oostelijk Oorlogstooneel: golvend, nu winnend dan verliezend, het eene oogenblik een voorwaartsche en het andere oogenblik een terugtrekkende beweging.

Het dèrde offensief der Verbondenen werd voor hen van groote beteekenis. Niet in de allereerste plaats, omdat de „onverbreekbare slagboom in de velden van Polen rondom Lodz" — gelijk de Russen hun daar verzamelde troepenmachten noemden — wel degelijk breekbaar bleek, maar vooral hierom, dat in deze offensieve periode zoowel de opmarsch der Russen tegen Krakau als die tegen Silezië en Posen voorgoed gebroken werd. • •

De Duitschers richtten ditmaal hoofdzakelijk hun aanval tegen de sterke Russische macht, die tusschen den Weichsel en de Warta gelegerd was. Dit was noodig èn om Silezië èn om Krakau te redden. En nu werd er een strijd gestreden, die in verschrikkelijkheid verre overtrof, wat de toch reeds zoo verschrikkelijke Wereldoorlog had ten aanschouwe gegeven.

De Duitschers wilden vóóruit — de Russen wilden niet achteruit. Wee het land en zijn bewoners, die, onschuldig aan de diplomatentwisten, in dien strijd van nabij betrokken werden.

Lowicz, om slechts één stedeke in het vele kilometers tellende strijdfront te noemen, Lowicz werd veertien dagen aanhoudend van alle zijden gebombardeerd.

, „Het was er een hel," — getuigden de Russisch-gezinde bewoners later. — „Onze particuliere woningen zoowel als de openbare gebouwen werden verwoest. Wij vluchtten in de kelders, want vóór onze huizen vielen de dooden en gewonden zoo neer. Wie wilde ontsnappen uit deze hel kwam om. Wij waren gedoemd, te blijven, waar wij waren en liepen dan nog de mogelijkheid, onder het puin der neervallende huismuren te worden bedolven".

Ja, arm Polen, dat zoo schrikkelijk te lijden had onder den oorlogs-gruwel. Sterven van honger moesten er de bewoners, omkomen in de steeds nijpender wordende winterkoude, die van over de Russische vlakten door ijzige winden werd voortgedragen. Arm Polen!

Maar de soldaten, die te strijden hadden, die zich niet mochten verbergen in kelders maar dwars door den vuurregen soms op den vijand instormen moesten — die soldaten waren nog veel meer te beklagen. Want ieder hunner stond toch ieder oogenblik aan de afgrijselijkste verwondingen en verminkingen bloot, zoo al niet de dood hem, hoe krachtig ook, in het midden zijner jaren trof! 148

Sluiten