Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET TWEEDE TIJDPERK VAN DEN OORLOG IN WEST-EUROPA.

De Tal van Antwerpen.

„Nach Paris!"

De leuze van 1870 was ook de strijdroep van 1914.

Naar Parijs! Naar het hart van Frankrijk! Ze mochten wrokken en mokken, de Franschen, maar Duitschland moest thans eens en voor al met zijn* erfvijand afrekenen. Tot in verre geslachten moest het onmogelijk worden gemaakt, dat dë revanche-idee werd omgezet in oorlogszuchtige handelingen, in oorlog zelf.

En daarom: Naar Parijs! Voor de tweede maal moesten aan Frankrijk de vredesvoorwaarden worden gedicteerd; voorwaarden,

onverbiddelijk-streng, hard, niet-te-volbrengen schier maar het

kón niet anders, het moést. Duitschland had immers den Vrede lief en zijn ijzeren militaire organisatie zou thans de groote Vredes-gedachte dienen.

Maar de Groote Opmarsch werd gestuit; vóór de Poorten van Parijs genaderd, werden de Duischers teruggeworpen; het strijdtooneel aan de Marne werd een slachtplaats, waarop duizenden van Duitschlands edelste zonen bléven Terug moesten de immer-voorwaarts-wil¬

lenden ; geslagen werden de onoverwinnelijken!

Van de Marne tot de Aisne — de terugtocht der Duitschers geschiedde over betrekkelijk slechts korten afstand. Maar de slag, dien het Keizerrijk ontving, was ongemeen zwaar, 't Verlies aan kanonnen en anderen wapemvoorraad, de dood en gevangenneming van duizenden manschappen — hoe betreurd ook! — woog niet op tegen het smartelijk gevoel, dat de erkenning der geleden nederlaag bij leger en volk teweeg bracht.

In waarheid ja: de Entente-Mogendheden mochten wel spreken van een dubbele overwinning: de overwinning met de wapenen werd een overwinning, die het moreel hunner troepen verhoogde en dat van hun tegenstanders verlaagde.

Toch! Hoe krachtig en sterk, hoe onverwoestbaar bleek in deze dagen het Duitsche vertrouwen, de Duitsche energie!

Geslagen, sidderde een oogenblik het Duitsche organisme, wankelde 166

Sluiten