Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vlakke velden van Vlaanderen en in het heuvelgebied van NoordFrankrijk, maar hem in zijn eigen land opgezocht en hem daar

voor zijn euvelen moed gestraft! Op, naar Londen!1)

Welnu, de tijd scheen niet ver meer, dat de Duitschers in de gelegenheid zoüden zijn, hun- voornemen uit te voeren. Geheel België — alléén het klein Zuid-Westelijk gedeelte in de omgeving van Nieuwpoort uitgezonderd — was in hun macht. Niet alleen de beide Vlaanderens maar ook het Noordelijk gedeelte des lands, waar tot dusver meer of minder sterke Belgische troepengedeelten hadden stand gehouden.

Bij deze gelegenheid bulderde nog eenmaal, onmiddellijk bij de Nederlandsche grens, het Duitsche kanon. Het was bij de Achelsche Kluis — Zuidelijk van Eindhoven —, een Trappistenklooster, dat deels op Belgisch deels op Nederlandsch gebied gelegen was.

't Gebeurde Zaterdagmorgen, 17 October, om tien uur, dat de in de Kluis vertoevende Belgen — ongeveer 200 man onder generaal De Schepper — met de Duitsche voorposten begonnen te scher.mutselen.

Het was een „merkwaardig geVecht". De Duitschers hadden namelijk van te voren kennis gegeven, dat ze de Kluis zouden bombardeeren, waarom tal van nieuwsgierige Nederlanders uit Eindhoven en omstreken zich naar het „gevechtsterrein" hadden begeven.

Bij de om 10 uur aangevangen schermutselingen werden één Duitscher en één Belg gewond. Hevig was dus de strijd niet. Toch werd al spoedig het vuren gestaakt, want om 11 uur kwam een Duitsch parlementair, die generaal De Schepper om de overgave der Kluis vroeg.

„Je refuse chaque capitulation" „ik weiger iedere overgave",

luidde 't antwoord van den Generaal, waarop de parlementair onverrichter zake terugkeerde.

• Een tweede parlementair onderhoud werd later op de volgende wijze ingeleid: Twee Nederlanders stonden bij de Kluis met de Belgen te praten, toen eensklaps op den weg 500 Duitschers met een militaire auto verschenen. De Belgen trokken zich haastig in het klooster terug en vóór de twee Nederlanders zich van de verwarring goed rekenschap hadden kunnen geven, stond de Duitsche auto bij hen. f

Een officier trad op hen toe.

„Wir sind Hollander," — zei een van hen.

') Toen schrijver in October 1914 zich in Vlaanderen en Walenland bevond, hoorde hij uit den mond zoowel van Duitsche officieren als soldaten: „Wij gaan naar Engeland; over vier weken zijn we in Dover en dan trekken we op Londen af!"

214

Sluiten